Ruiterstraat
portret van een straat
Wie wonen er nu
Wie woonden er vroeger
Familiegeschiedenissen
Achtergronden

Wie woonden er vroeger

Ruiterstraat 12

 

Jan Schouten
Vanaf 2009
De huidige bewoner is Jan Schouten . Hij woont er vanaf 2009. Jan Schouten kocht het huis van

 

Familie Leijten
Van 1992 tot 2009
Piet Leijten is getrouwd met Lammie Gatsonides. Zij hebben drie jongens: Stefan, Barry en Kai. Zij kochten het huis voor 545.000 gulden van

 

Schouten Nelissen
Van 1982 tot 1992
Jan en Anne Schouten kochten Ruiterstraat 12 als kantoorruimte voor hun bedrijf Schouten Nelissen. Zij kochten het pand voor 300.000 gulden van de

 

Gemeente Zaltbommel
Van 1980 tot 1982
De gemeente kocht de drie panden, Ruiterstraat 8, 10 en 12, aan als tijdelijk onderkomen tijdens de verbouwing van het stadhuis op de Markt (1979 tot 1982). In de aanloop naar deze verbouwing werd het huis tussen 1976 en 1980 verhuurd aan de familie Van der Heijden-Quick. Daarna was het in gebruik als gemeentesecretarie en sociale dienst. De panden Ruiterstraat 8, 10 en 12 waren op 18 juni 1976 aangekocht voor 700.000 gulden van de zusters Franciscanessen.

 

Familie Van der Heijden-Quick
Van 1976 tot 1980
Gradus Johannes van der Heijden (1911-1988) was in 1943 getrouwd met Wimke Quick (1921-2012). Zij hadden drie kinderen: Riekje (1943-1991), Jenneke (1944) en Imca (1969). Zij huurden het huis van de gemeente Zaltbommel die de panden Ruiterstraat 8, 10 en 12 in 1976 gekocht had van de nonnen (Franciscanessen).

 

Zusters Franciscanessen
Van 1967 tot 18 juni 1976
In het jaar 1959 werd Ruiterstraat 10 in gebruik genomen als katholiek tehuis ‘Sint Antonius’, deel uitmakend van de zusters Franciscanessen te Oirschot. De zusters gebruikten ook Ruiterstraat 8 en in 1967 is Ruiterstraat 12 door het tehuis (Drost Jan Steijvers stichting) gekocht van

 

Familie Recter
Van 1950 tot 1967
Piet Recter was getrouwd met Lenie Recter-de Vries. Zij hadden vier kinderen: Dirk, Wilfred, Tom en Inge. De heer Recter had ook zijn tandartspraktijk op dit adres. Ze kochten het huis van de familie Pleyte die zelf van 1902 tot 1945 in het huis woonde. Tussen 1945 en 1950 woonde in Ruiterstraat 12

 

Familie Mekel
Van 1945 tot 1950
Otto (Otto Johannes) Mekel (1917-1991) was in 1941 getrouwd met Hillie (Hiltje) Boermans (1916-2013). Zij woonden van 1945 tot 1950 in Ruiterstraat 12 op de begane grond. Zij huurden het huis van de familie Pleyte. Otto en Hillie Mekel hadden drie kinderen: Hans, Claske en Jan Folkert. De heer Mekel was waterbouwkundig opzichter en hoofd technische dienst bij de gemeente Zaltbommel. In 1950 vertrokken zij naar Koningin Wilhelminaweg 68. De bovenverdieping was verhuurd aan andere bewoners die de voordeur en de hal naar de trap deelden met de familie Mekel. In 1945 woonde boven Maria van den Nieuwenhof, in 1946 Minkje Blankenstijn-van der Spoel en van 1946 tot 1948 Johannes van Sonsbeek. De vorige bewoner van het huis was

 

Familie Pleyte
Van 1902 tot 1945
Willem Cornelis Pleyte (1863-1936) was getrouwd met Caroline Florentine Emilie Mensonides (1865-1947). Zij hadden één zoon, David Cornelis (1903-1965). De heer Pleyte was gemeentesecretaris van Zaltbommel en penningmeester van het Nut. De familie was Nederlands Hervormd. Inwonend als dienstbode waren tussen 1902 en 1945: Wilhelmina de Weijer (vertrokken in 1918), Maria de Wit (van 1918 tot 1924), W.A. Peters (kwam in 1925), Metje van Dooyeweert (van 1939 tot 1942), Cornelia van Mourik (van 1926 tot 1942), Henrica Voets (van 1942 tot 1945). De familie Pleyte kocht het huis van

 

Familie Meyer
Van 1897 tot 1902
Cornelis Bernardus Wilhelmus Meyer (1863-1938) was getrouwd met Anna Maria Cecilia de Jong (1877-1947). Zij hadden drie kinderen: Cornelis Maria (geboren in 1901), Maria Wilhelmina (geboren 1902) en Johannes Jacobus Jozeph Maria (1904-1905). De heer Meyer was directeur van de scheepswerf in Zaltbommel. De familie was Rooms Katholiek. De familie Meyer kocht het huis van

 

Peter Cornelis de Jongh
Van 1891 tot 1897
Peter Cornelis de Jongh (1826-1897) was Nederlands Hervormd. Mede bewoner was zijn nicht Gerardina Adriana de Jongh (1869-1896). Beiden waren telgen uit een in die tijd zeer welgestelde familie uit Gameren. Zijn vader was Gerrit de Jongh (1785-1867) en zijn moeder Adriana van de Werken (1792-1885). Zij waren steenfabrikanten. De familie was Nederlands Hervormd. Inwonende dienstboden waren Jenneke Baron (1866-1945) van 1891 tot 1897 en Sophia Barnings (geboren in 1869) van 1891 tot 1897. De Jongh kocht het huis van

 

Familie Naeff
Van 1887 tot 1891
Johan Jacob Naeff (geboren 1846) was getrouwd met Anna Margaretha Johanna den Ouden (geboren 1843). Zij hadden twee kinderen: Alida Gerarda (geboren 1882) en Jan Daniel (geboren 1883). De familie was Nederlands Hervormd en de heer Naeff werkte als schoolopziener in de regio Geldermalsen. In 1891 vertrokken ze naar Boschstraat 610. De familie kocht het huis van

 

Familie Van Beuningen van Helsdingen
Van 1884 tot 1887
Reinier Anton Ulrich van Beuningen van Helsdingen (1838-1910) was getrouwd met Henriette Gertrude van der Kaay, geboren in Semarang. Van Beuningen was suikerfabrikant. Hij was Nederlands Hervormd. Er was sprake van meerdere medebewoners: weduwe Van der Kaay-Stravers, geboren in 1826 in Soerakarta, woonde in het huis van 1884 tot 1885, Jantje Louisa van Beuningen van Helsdingen, geboren in 1863, woonde in het huis van 1884 tot 1885, Henri Alwin van der Kaay, geboren 1872, woonde er van 1884 tot 1885. De familie Van Beuningen kocht het huis van

 

De heer Bennebroek Gravenhorst
Van 1867 tot 1884
Jacob Frederik Theodoor Bennebroek Gravenhorst (1844-1915) was kapitein-commandant van de schutterij te Zaltbommel. Hij was hoofdbewoner van Ruiterstraat 12. Hij was Nederlands Hervormd. Het is onduidelijk in welke constructie het huis werd bewoond want er waren voortdurend medebewoners (vaak waren dat inwonende dienstmeiden die bij opeenvolgende families in het huis werkten): Geertruida Koenders (geboren in 1818) woonde er tussen 1843 en 1850; Antje Vermaak (1828-1858) woonde er tot 1858; Miena van Hees was dienstmeid, woonde er tussen 1860 en 1880; Wilhelmina Everdina van Waveren, geboren in 1849, was dienstmeid en woonde er tot 1869; Jantje van Wijk, geboren in 1848, was dienstmeid, woonde er tot 1869; Louise Adriana Metzel, geboren in 1830, was dienstmeid en woonde er tot 1873; Gerrit Jan ten Cate, geboren in 1859, woonde er tussen 1880 en 1882; Pieter Anton Damsté (1857-1884) woonde er tussen 1880 en 1884; Jacobus Terpstra, geboren in 1860, woonde er tussen 1880 en 1883; Jan Gerhardus Tijhoff, geboren 1857, woonde er in 1881; Adriana Jacomina Valkenburgh, geboren in 1814, getrouwd met Johannes Verheyden, geboren in 1814; Adrianus Valkenburgh (1818-1892) was getrouwd met Louisa Gesina Peletier (1825-1909); Adriana Johanna Elisabeth Valkenburgh, geboren in 1822, was getrouwd met Wouter van Veen, geboren in 1817; Johanna Petronella Hendrika Valkenburgh (1826-1914) was getrouwd met Johan Peter Reede, geboren in 1831; Anna Hendrika Valkenburgh (1833-1899) was getrouwd met Frederick George Driessen (1823-1882).

 

Pieter Valkenburg
Van 1845 tot 1867
Pieter/Peter Valkenburg was getrouwd met Adriana Co(c)k. Zij hadden twee kinderen: Pietronella Johanna (1784-1858) en Adrianus (1788-1846). Valkenburg was Nederlands Hervormd. Hij was wijnkoper (1842-1855) later (1860) had hij een kolenhandel.

 

Adriaan M. Graadt
Van 1794 tot 1842
Adriaan Mathias Graadt (1752-1842) was houthandelaar van beroep. Adriaan Mathias Graadt was Nederlands Hervormd. Hij kocht Ruiterstraat 12 in 1794 voor 4150 gulden van

 

Dames Cox
Van 1780 tot 1794
Eva Cox (1731-1806), Charlotte Catharina Cox (1763-1819) en Sara Cox (1764-1836 of later) waren respectievelijk de dochter en de kleindochters van Johannes Cox (1704-1775). Zij woonden niet in het pand in Zaltbommel, waarschijnlijk werd het verhuurd. Zij erfden Ruiterstraat 12 vermoedelijk van de weduwe van hun vader, respectievelijk grootvader Johannes Cox.

 

Cecilia Mels (vermoedelijk)
Van 1775 tot 1780
Cecilia Mels was de weduwe van Quirinus Ramaker en daarna van Johannes Cox (1704-1775). Tijdens haar eerste huwelijk met Quirinus woonde ze in Ruiterstraat 12 en was het hun eigendom. Cecilia vestigde zich opnieuw in het huis nadat haar tweede partner, Johannes Cox, was overleden.

 

Johannes Cox
Van 1766 tot 1775
Johannes Cox (1704-1775) was in 1766 getrouwd met Cecilia Mels (1715-1780). Het was zijn tweede huwelijk. Uit zijn eerste huwelijk met Charlotte Catharina Spengler (1709-1760) had hij twee kinderen: Eva Cox (1731-1806) en Laurens Cox (1732-1773). Zoon Laurens had twee dochters Charlotte Catharina (1763-1819) en Sara (1764-na 1836). De familie was Nederlands Hervormd. Johannes Cox kwam in het bezit van Ruiterstraat 12 doordat hij trouwde met de weduwe van de vorige eigenaar. Hij bleef echter na zijn tweede huwelijk, waarbij zijn tweede echtgenote bij hem introk, wonen in zijn huis Boschstraat-hoek Nonnenstraat. Vermoedelijk werd Ruiterstraat 12 tussen 1766 en 1775 verhuurd.

 

Quirinus Ramaker
Van 1734 tot 1766
Quirinus Ramaker was in 1734 getrouwd met Cecilia Mels (1715-1780). Zij hadden één kind dat in 1765 overleed. Quirinus was burgemeester van Zaltbommel en noemde zich Heer van Driel. Hij was Nederlands Hervormd. Hij overleed in 1765. Een jaar later trouwde zijn weduwe, Cecilia Mels, met de toen 62-jarige weduwnaar Johannes Cox (1704-1775). Quirinus Ramaker was behalve eigenaar ook bewoner van Ruiterstraat 12. Bij zijn huwelijk bracht zijn vrouw vermoedelijk een derde deel van het huis in (afkomstig van Anna Catharina Setels). Hij kocht in 1738 het resterend twee derde deel van

 

Zusters Setels
Van 1731 tot 1734 (?)
Wilhelmina, Maria en Anna Catharina Setels waren de dochters van Hendrik Setels en Agnes Coenen (1645-1703). Toen de zusters eigenaar werden van het huis waren zij al getrouwd en woonden alle drie in de buurt van Mönchengladbach. Ze hebben dus niet in het huis gewoond. De zusters erfden het huis van hun oom

 

Daniel Coenen
Van 1711 tot 1731
Daniel Coenen (1652-1731) was een rijke handelaar in paarden. Hij was ongehuwd en had twee broers en vier zussen (Hanna, Cillgen, Agnes en Eva). Hij kocht het pand voor 2800 gulden van de weduwe van

 

Diderik de Ruu(c)k
Van 1695(?) tot 1711
Diderik de Ruu(c)k (16..-1709) trouwde met Willemijna van Couwenberg (overleden in 1700) en later met Margaretha Arnolda de Cocq (overleden in 1716). De Ruuck was koopman, monopolist op brandewijn en gedistilleerd, burgemeester, rechter en scholtus van Zaltbommel. Hij had twee dochters uit het eerste huwelijk. De eerste dochter is jong overleden en Metta (1697-1755) trouwde in 1723 met Hendrik van Ravensteijn. De familie was Nederlands Hervormd. Of De Ruuck en zijn gezin in het huis heeft gewoond of alleen eigenaar was is niet duidelijk. Vanaf 1695 tot onbekende datum was Hugo (Huygen) van Driel huurder van het pand. Hij was getrouwd met Metjen Tuenis en had één kind, Jan van Driel (1681-1692). Ook zij waren Nederlands Hervormd. Nadat Diderik in 1709 was overleden werd zijn vrouw boedelhoudster tot 1711.

 

Clara de Bije (vermoedelijk)
Van 1686 tot 1695(?)
Clara de Bije (1640-1719) was een nazaat van de familie De Bije die generaties lang eigenaar was van de buurpanden Ruiterstraat 14 en 16. Zij kochten Ruiterstraat 12 in 1686. Clara de Bije was getrouwd met majoor Hugh Hughzn Mackay of Scourcy (1640-1692). Het echtpaar had vijf kinderen: Hugh (1681-1709), Margaretha (1683-1705), Anna Barbara (1684-1743), Arnolda (geboren 1686) en Maria (1686-1723). Behalve van de panden Ruiterstraat 16, 14 en 12 waren ze sinds 1687 ook eigenaar van een huis in de Nieuwstraat waardoor er een achteruitgang voor de panden werd gecreëerd.

 

 

Bronnen
Correspondentie met: H. Th. Cox. Ongepubliceerd onderzoek naar de geschiedenis van het geslacht Cox. December 2015
Alfred Blomer. Genealogisch onderzoek naar het geslacht Coenen. Mönchengladbach (via H. Th Cox). December 2015
Prof. ir. Esso J. de Jong. Ongepubliceerd archiefwerk 2005-2010

Isa Masselink-Woltjer. Ongepubliceerd archief onderzoek. Den Haag. 2012-2016

 

 

Maart 2022