Ruiterstraat
portret van een straat
Wie wonen er nu
Wie woonden er vroeger
Familiegeschiedenissen
Achtergronden

Familie Hijmans

Ruiterstraat 15-17

Andreas Hijmans kocht in 1821 Ruiterstraat 17 van Jan van der Kaaij. Andreas Hijmans was getrouwd met Kaatje Davids. Hun zoon Elias werd in 1779 in Gletsch (Zwitserland) geboren en hij overleed op 7 augustus 1833 in Zaltbommel.

Elias trouwde met Kaatje Lion Mozes (1784-1839). Ook de volgende namen worden genoemd als zijn echtgenote: Judith Fraukens, Frauke Markus en Frauke. Het echtpaar kreeg vijf kinderen: Levie (1817 -1877), Hester (1818-1879), Andries (1820-1884), Rooske (1822-1824) en Francijntje (geboren op 27-09-1825) die allemaal in Zaltbommel werden geboren en op Levie na ook in Zaltbommel zijn overleden. Elias was, net als zijn vader, slager.

In 1850 wordt Levie, de oudste zoon van Elias, hoofdbewoner van Ruiterstraat 17. Zijn broer Andries en zijn zus Francijntje wonen dan ook nog in het pand.

Ook Levie en zijn broer Andries Hijmans waren vleeshouwer. Zij woonden en hadden hun slagerij in Ruiterstraat 17. Overigens waren zij niet de enige koosjere slagers in Zaltbommel. Ook de familie Meijer en de familie Joosten hadden een Joodse slagerij. Joosten had zijn winkel in de Boschstraat 39 en hij slachtte zijn dieren in het achterste deel van Ruiterstraat 31 (hoek Korte Strikstraat). Verder waren er nog de ongehuwde slager Izac Marcus (1871-1942) uit de Boschstraat (nummer 72) en slager De Vries uit de Gamersestraat (nummer 27). Op vrijdag kwam ook nog slager Stranders uit Rossum vlees brengen bij klanten in Zaltbommel.

 

Familie Hijmans en familie Joosten. Bij de koe Louis Joosten. Tafereel voor Ruiterstraat 17 (jaartal onbekend)

 

In 1880 werd Andries de hoofdbewoner. Hij was getrouwd met Lea van Driel (1831-1908). Zij hadden elf kinderen: Elias (1856-1903), Mozes (1857-1891), Levie (1859-1922), Kaatje (1861-1862), Samson (1864-1921), Meijertje (1866-1866), Kaatje (1867-1890), Johanna/Hanna (1869-1941), Roosje (1871-1942), Saartje (1874-1924), Eva/Eefje (1875-1942), allemaal geboren in de Ruiterstraat.

Andries Hijmans was in de jaren tachtig van de negentiende eeuw voorzitter van de kerkenraad van de Joodse gemeente in Zaltbommel. Zijn naam komt ook voor in de notulen van de kerkenraad (1850) van de Hervormde Gemeente: tegen een redelijke prijs leverde hij vlees voor de soep die aan de armen van Zaltbommel werd uitgereikt.

Na het overlijden van vader Andries in 1884 en moeder Lea in 1908 wordt zoon Levie hoofdbewoner van Ruiterstraat 17. Levie was net als zijn oudste broer Elias (overleden in 1903) en zijn jongere broer Samson (was naar Veenendaal vertrokken) vleeshouwer van beroep.

Dochter Kaatje trouwde in 1894 met slager Hartog Andries Groenewoudt (1865-1942). Zij kregen twee dochters: Sara (1898-1942) en Lea (geboren op 04-03-1895). Lea woonde van 1908 tot 1913 bij oom Andries in de Ruiterstraat. Sara trouwde met Hugo Hes (1896-1944) van de herenmodezaak in de Boschstraat. Zij kregen twee dochters Hester (1925-1942) en Kaatje (1928-1942). Sara, haar vader en haar twee dochters werden in 1942 om het leven gebracht in Auschwitz (Polen).

Tussen 1850 en 1900 waren er verschillende mensen die inwoonden op nummer 17: Catharina Mulders, geboren op 04-08-1823, dienstbode, Rooms Katholiek (tussen 1851 en 1860); Petronella van Belkum, geboren op 01-11-1841, dienstbode, Nederlands Hervormd (in 1867); Gerritje van Heusden, geboren op 18-03-1850, dienstbode, Nederlands Hervormd (van 1874 tot 1875); Meijer Staal, geboren 08-10-1855, Joodse Godsdienst, voorzanger (van 1878 tot 1879); en Adolf Nathan Cohen, geboren 10-01-1868, onderwijzer (van 1888 tot 1894).

 

Hanna, Eva en Rozet Hijmans met hun neefje Freddy Groenewoudt (jaartal onbekend)

 

In 1925 werd Ruiterstraat 17 door de erven Hijmans te huur aangeboden in een advertentie in ZBNA van 16 januari. Uit gesprekken met de familie Van Hees komt het volgende naar voren. Gijs van Hees (1899-1986) werd de huurder. Hij huurde aanvankelijk alleen de ruimte links naast de voordeur. Rechts naast de voordeur was de koosjere slagerij van Hijmans, althans wat daar van over was. Vader Andries was al in 1884 overleden en zijn zoon Levie, die de slagerij van zijn vader had overgenomen, was in 1922 overleden. Van de overige kinderen van Andries en Lea woonden alleen nog in de Ruiterstraat Johanna, Roosje en Eva. Alle andere kinderen waren overleden. Eva was bestuurslid van zangvereniging Excelsior en voorzitter van de damesvereniging die zorgde voor de aankleding van de sjoel. Toen Gijs van Hees in 1928 trouwde met Wilhelmina Termeer kocht hij het huis van de dochters van Andries Hijmans. De dochters verhuisden naar de bovenverdieping Ruiterstraat 15) en het echtpaar Van Hees ging beneden wonen, achter en naast de werkplaats. De familie Van Hees had één kamer boven.

Bets de Koning (Ruiterstraat 3-5) vertelde dat ze soms op zaterdag als kind van acht ( dat was in 1930) van boven uit het raam werd geroepen door één van de dames Hijmans: ‘Betsie wil je misschien even het gas aansteken?’, want op de sabbat mochten ze geen arbeid verrichten. Greetje Wille (geboren in 1929) vertelde dat ze op vrijdagavond als kind door het gangetje tussen Ruiterstraat 13 en 15 naar binnen ging (daar zat de deur naar boven, naar Ruiterstraat 15) om op verzoek van de dames het licht uit te doen. De sabbat ging op vrijdagavond al in.

 

Kaart van Kitty Hes aan de dames Hijmans (jaartal onbekend)

 

In 1940 woonden er nog drie kinderen van Andries Hijmans op de bovenverdieping. Het waren Hanna, Roosje en Eva. Zij waren respectievelijk 71, 69 en 65 jaar oud. Zij brachten de tijd door met huishoudelijke karweitjes, theedrinken, sabbatvieringen en uitgebreide familiecontacten in de stad. Ze leefden zuinig van vaders ‘versterf’. Hanna overleed in februari 1941, ze werd begraven op de Joodse begraafplaats aan de Marten van Rossumsingel. Op 18 november 1942 kregen 30 Bommelse joden, onder wie Roosje en Eefje Hijmans, de aanzegging zich te verzamelen in het Nutsgebouw. Roosje en Eefje waren nauwelijks ongerust. ‘Wat hebben ze nou aan oude vrouwen als wij? Je zult zien over een week zijn we weer terug.’ Vanuit het Nutsgebouw werd de groep naar het station gebracht en per trein vervoerd naar doorgangskamp Westerbork. Op 24 november 1942 werden ze van daaruit, met bijna duizend anderen op transport gesteld naar Auschwitz. Bij aankomst werden 20 Bommelaars, waaronder de dames Hijmans, om het leven gebracht in de gaskamers.

 

Plaquette met de namen van Roosje en Eefje Hijmans, gedood in Auschwitz op 27-11-1942

 

In maart 1991 werd op de voorgevel van Ruiterstraat 15-17, in aanwezigheid van rabbijn Heintz, een plaquette onthuld met de namen van de gezusters Hijmans. Voor het huis liggen twee Stolpersteine ter nagedachtenis van Roosje en Eefje Hijmans.

 

De twee Stolpersteine ter nagedachtenis van Roosje en Eefje Hijmans. Stolpersteine zijn koperen ‘stenen’ (betonstenen met een messing plaatje) in de stoep of de straat voor de huizen waarvan de Joodse bewoners vermoord zijn door de Nazi’s. In de kleine, koperen plaatjes zijn de namen en de datum en plaats (meestal een concentratiekamp) waar zij vermoord zijn, ingestanst. De Stolpersteine zijn mede mogelijk gemaakt door de Stichting MIKWE Zaltbommel. Ook in andere Europese steden, komen deze monumentjes voor. Vrijwel alle Stolpersteine zijn gelegd door de Duitse de bedenker van deze kleine monumenten, Gunter Demnig.

 

Aart Vos vermeld in zijn boek over De ondergang van de Joodse gemeenschap in Zaltbommel, Rossum en Herwijnen (pagina 46) dat na de deportatie van Roosje en Eefje Hijmans de woning werd betrokken door NSB-er Cornelis van der M. (voormalig kampcommandant in Winterswijk) en diens echtgenote. In 1946 werd hij  veroordeeld voor zijn NSB activiteiten en het wederrechtelijk in bezit nemen van de bovenwoning in de Ruiterstraat.

 

 

 

Bronnen
Isa Masselink-Woltjer. Ongepubliceerd archief onderzoek. Den Haag. 2012-2016
Aart Vos. Als ik in Vught ben probeer dan eens te schrijven. De ondergang van de Joodse gemeenschap in Zaltbommel, Rossum en Herwijnen. Aldus Uitgevers ‘s-Hertogenbosch 2017

 

 

Januari 2020