Ruiterstraat
portret van een straat
Wie wonen er nu
Wie woonden er vroeger
Familiegeschiedenissen

Familie De Koning

Ruiterstraat 3-5

Van 1918 tot 1969 woonden op Ruiterstraat 3-5 Roelof de Koning (geboren in Well op 28-08-1871, overleden in 1951) en Clara de Zoete (geboren in Waardenburg op 22-02-1881, overleden in 1969).

 

de heer en mevr de koning

Roelof de Koning en Clara de Zoete

 

Clara was een zus van de in Zaltbommel in die tijd bekende Dorus de Zoete (geboren in 1894). Hij woonde aan het eind van de Vogelenzang en had daar een tuinderij waar hij groente, fruit en honing (hij had daar een bijenstal) verkocht. De ouders van Clara en Dorus woonden van 1931 tot 1940 in Ruiterstraat 13 en later op het Kerkplein (waar nu De Wilt woont).

 

christelijke school nieuwstraat

Christelijke School Nieuwstraat met op de achtergrond juffrouw Gaveel en helemaal rechts achter, half zichtbaar Bets de Koning, naast haar Thea Stavast en verder onder andere Bets van Gameren (derde bankje helemaal rechts) en Esther van Andel (eerste bankje helemaal rechts omstreeks 1929

 

Het echtpaar had twee dochters: Johanna Cornelia (Annie) de Koning (1918-1987) en Elisabeth (Bets) de Koning (1922-2016).

Annie trouwde in 1947 met Johan Prosman (geboren 22-10-1910, overleden 29-08-1990). Zij hadden een zoon Roel en een dochter Carla. Bets trouwde in 1947 met Lex van der Horst (1922-2012).  Zij kregen zes kinderen: Lex (1948-1949), Roel (1949), Leks (1951), Eric (1955), Paul (1957), Hans (1958-1966) . Het verhaal van de familie De Koning wordt verteld door Bets van der Horst-de Koning.

Roelof de Koning werkte als tuinder. Van de familie Van Lookeren Campagne (Ruiterstraat 10) had hij een stukje grond gepacht bij de Steenweg (waar nu de Tienhont is). Hij werkte op het land, de groenten gingen naar de veiling. Aan huis in de Ruiterstraat verkochten ze ‘gruun mee witte’ uit het zout en ingemaakte zuurkool.

 

drie generaties de koning

Drie generaties: Clara de Koning-de Zoete, Annie Prosman-de Koning, Carla en Roel Prosman

 

Bets speelde altijd op straat. Er waren geen auto’s, wel veel kinderen om mee te spelen. Ze speelden vaak rond de grote telefoonmast die voor Ruiterstraat 8 stond. Spelletjes waren zakdoekje leggen, hoepelen met de velg van een fietswiel, verstoppertje, tikkertje. Ze speelde onder andere met Annie Troost (ouders hadden in de Boschstraat een boordenstrijkwinkeltje) en Aart van Katwijk. Er was een duidelijk scheidslijn tussen katholieke en protestante kinderen. Ze mochten vaak niet met elkaar spelen. Bets ging wel eens (op de fiets) een week op vakantie bij haar tante in Wageningen.

Bets ging naar de Christelijke school in de Nieuwstraat. Hoofd van de school was meester Wente, verder was er juffrouw Van der Ven en juffrouw Gaveel. In de vierde en vijfde klas werd lesgegeven door meester Griffioen. Ze kon wel naar de HBS maar ze wilde dat niet omdat ze van te gewone komaf was. Ze kreeg een baan en een opleiding op het belastingkantoor in Zaltbommel.

 

clara de koning schilt aardappelen

Clara de Koning schilt aardappels in de woonkamer. Op de potkachel staat de waterketel en de stoof. Links naast de schoorsteen was een inbouwkast voor het servieswerk. Rechts van de schoorsteen is de deur die uitkomt bij de trap naar de logeerkamer. Kleinkinderen sliepen daar onder dikke wollen dekens met het klokkenspel van de gasthuistoren op de achtergrond (1956)

 

De familie De Koning was gereformeerd. Zij gingen naar de kerk in de Korte Steigerstraat (daar is tegenwoordig de Christelijk Gereformeerde kerk gevestigd). Bets heeft haar lidmaatschap van de kerk opgezegd toen een verstandelijk beperkt stel voor in de kerk moest uitspreken dat ze zich fout hadden gedragen door voor het huwelijk met elkaar naar bed te gaan. De gereformeerde familie De Koning  luisterde overigens op zaterdagavond samen met de katholieke Gradus van de Leur (die zijn garage naast De Koning had, maar in de Boschstraat (51) woonde) naar het radioprogramma ‘Wij luiden de zondag in’ van Pater de Greve.

De huisarts van de familie was dokter Stehmann in de Waterstraat. ‘Alleen als je bijna dood was ging je naar de dokter’, zei tante Bets. In de oorlog waren er ziekenbarakken in Neerijnen aan de overkant van de rivier. De ambulance die je daar naar toe moest vervoeren was een soort bakfiets met een huif eroverheen.

 

clara de koning in de keuken

Clara de Koning in het keukentje naast de kelder/voorraadkamer. In de oorlog functioneerde deze ruimte als schuilkelder. Op de deur naar de kelder de koffiemolen. De deur links geeft toegang tot het plaatsje achter het huis waar ook het toilet was (houten wormstekige wc-bril en een emmer water om door te spoelen).

 

Het huis aan de Ruiterstraat bestond uit twee delen. Rechts een schuur waarin de fietsen, een handkar en rommel stonden. Achterin was een kolenhok en een hok voor de geit. In de schuur was ook een keldertje waar onder andere de bonen in het zout stonden. Onder de trap werd gekookt. Links was het woongedeelte van het huis. Links naast de voordeur was een hele tijd een klompenwinkeltje dat gerund werd door Clara de Koning (krantenberichten daarover van 1919 tot 1925).

De familie De Koning had – zoals veel gezinnen in die tijd – een aparte kamer voor een kostganger, iemand die door de week of permanent in huis woonde en meeat. Ook werd er wel een kamer verhuurd. De kamer voor de kostganger of de huurder was de kamer boven de schuur (nummer 5). De namen van de volgende kostgangers/huurders werden teruggevonden: Pieter Nieuwenhuizen, geboren op 10-09-1900, onderwijzer, in 1921; Hendrik August Runge (1899-1969), onderwijzer, Luthers, van 1923 tot 1924; Gijsje van Voorden (1860-1932), pensionhoudster, Nederlands Hervormd; Trijntje Visser (1862-1934), Nederlands Hervormd, voor 1932; Iefje Visser (geboren op 02-07-1859), Nederlands Hervormd, voor 1930; Arnolda Frederika Haasakker, geboren op 12-03-1908, kantoorbediende, omstreeks 1930; Abraham J. de Ridder, in 1943; Jacobus Wagenvoort, van 1947 tot 1948; Jan Meijaard, 1950; Anja Ritsma, van 1952 tot 1953; Jacobus van der Lelij, van 1954 tot 1959; Anne C.G. Westen, in 1960; Gerardus L. Hofman, van 1960 tot 1961; Leendert Jansen, van 1961 tot 1966; Cornelis van den Wijngaard, van 1966 tot 1967; Kornelis J. van de Velde, van 1968 tot 1969.

 

inmaakgroenten r de koning

Weekblad voor Zaltbommel, Bommeler en Tielerwaard,1931-10-23;3

 

Ze dronken altijd geitenmelk en aten geitenboter want er werd gezegd, dat je dan beschermd was tegen tuberculose. Geiten waren TBC-vrij en koeien niet (tante Bets). Ze hadden ook konijnen. ‘Voor mijn gevoel werd er wel elke week een konijn geslacht’, zei tante Bets in een gesprek in maart 2013. De bakker die aan huis kwam was Jan van der Flier, hun slager was de spekslager Van der Kaay. Groenten en aardappelen hadden ze zelf.

 

roelof de koning met kleinkind

Roelof de Koning met één van zijn kleinkinderen (Lex van der Horst) voor Ruiterstraat 3-5. Rechts de poort naar de schuur (1948)

 

Eén keer in de week kwam de poepkar in de straat, officieel heette dat het tonnenstelsel, om de ton met ontlasting op te halen en een lege achter te laten. De familie De Koning deed daar niet aan mee omdat vader Roelof de ton meenam naar het land.Voor het donker werd er een uurtje geschemerd, pas daarna mocht het licht aan. Clara de Koning had een altijd tranend oog en vaak viel er bij het koffie inschenken een traan in de koffie (Wim van den Oord).

Annie en Bets de Koning verlieten beiden het ouderlijk huis in 1947. Roelof de Koning overleed in 1951 en zijn vrouw Clara in 1969. Het huis heeft daarna een tijd leeggestaan omdat er vrijwel geen belangstelling voor was. Uiteindelijk werd het in 1969 verkocht aan Gijs Damen.

 

bets de koning met carla

Bets van der Horst-de Koning in haar huis in Zeist. Op de achtergrond Carla Prosman. Maart 2013

 

 

Bronnen
Gesprekken met Bets van der Horst-de Koning. Maart 2013
Gesprekken met Carla Prosman. April 2014
Foto’s uit de fotoboeken van Bets van der Horst, Leks van der Horst en Carla Prosman

 

 

Januari 2017