Ruiterstraat
portret van een straat
Carly Edens
Riet Atema
Marijke Venner
Anneke Klein
Frans Peeters
Phil Gearheart
Hester Tjebbes
Gerard Menken
Truus van Hettinga Tromp
Jo Koster

Gerard Menken

Ruiterstraat 10

Gerard Menken werd in 1919 in Scherpenzeel geboren, hij overleed in 2004 in Kloetinge. De vader van Menken was dominee in Genderen (N.Br.). Gerard woonde in Genderen tot 1944 waarna hij kortdurend verbleef in het nabijgelegen Nederhemert. Vandaar kwam hij in Zaltbommel terecht waar hij woonde van 1945 tot 1961. In Zaltbommel was hij bekend als organist van de Sint Maartenskerk (van 1948 tot 1962), speelde soms op het carillon van de stad en gaf muziek- en tekenles. Zijn eerste expositie had hij in 1955 in de plaatselijke boekhandel.

 

gerard menken

Gerard Menken. Zelfportret (1945)

 

Hij woonde lange tijd, met vrouw en drie kinderen, bij de familie Van Lookeren Campagne in de Ruiterstraat 10. Daar had hij zijn atelier op de eerste etage aan de voorkant van het huis, links boven de voordeur. Het was een mooie grote kamer met fraai noorderlicht. In het huis maakte hij kennis met de schilderes Truus Van Hettinga Tromp, de zus van mevrouw Van Lookeren Campagne. Vanaf 1962 tot 1969 woonde hij in Nijmegen waarna hij zich vestigde in Kloetinge (bij Goes). Daar woonde hij de rest van zijn leven. Hij werd 85 jaar.

 

Over de schilder Menken

“Aanvankelijk opgeleid als musicus was het dubbeltalent Gerard Menken als kunstschilder een laatbloeier. Pas na zijn vervroegde uittreden als leraar muziek bij het Middelbaar Onderwijs kon hij zich volledig wijden aan zijn grote passie: ‘Schilderen’. Zonder kunstopleiding maar met een onmiskenbaar talent zocht hij zijn eigen weg en liet een groot en veelzijdig oeuvre na. Vooral de ontwikkelingen in de Franse schilderkunst van de twintigste eeuw inspireerde hem. Menken was een echte buitenschilder. Zijn werk kenmerkt zich door krachtige lijnen, soms subtiel, met een groot gevoel voor ritme en ordening. Hij schilderde, aquarelleerde of tekende, zonder daarbij te streven naar een sterke detaillering, in een helder en zonnig coloriet, ‘losjes uit de pols’, als een dirigent. Zijn meeste werk is figuratief.

 

oude man

Oude man uit Zaltbommel. Tekening

 

Het oeuvre dat Gerard Menken nalaat is zeer divers er; is geen onderwerp of hij heeft het wel verbeeld: landschappen, stads- en havengezichten, stillevens en portretten. Maar ook het experiment schuwde hij niet. In de jaren tachtig van de vorige eeuw bijvoorbeeld nam hij de ‘vrijheid’ die leidde tot het maken van collages met stukken krantenpapier waarop hij tekent en schildert. Menken liet zich niet vastpinnen op één onderwerp of techniek. In één periode kon hij zowel abstract als figuratief werken en daarnaast prachtige tekeningen van zijn directe omgeving maken, in dat zo kenmerkende ‘Menken-handschrift’, vlot, krachtig en direct. Zonder enige aarzeling zette hij zijn onderwerpen op doek of papier, met een werkdrift die de beschouwer tot op de dag van vandaag verwondert en verbaast.” De beschrijving onder dit kopje stond in een brochure van een expositie van zijn werk in Museum Schotshuizen.

 

Autobiografische passages uit catalogus 1999

“Het stond als een paal boven water, de dag na mijn uiteindelijke eindexamen gymnasium, dat ik schilder wilde worden. Ik verwonder mij daarover nog altijd. Was in de jaren van mijn jeugd iets van kunstzinnigheid gebleken? Jawel, de meester van klas 6 nam mij ’s zaterdagmorgens apart om op fluweel met olieverf bloemen te schilderen. Hij zei dat ik de enige was van de klas die kon tekenen. En in klas 3 van het gymnasium kwam de nieuwe rector bij tekenen naast me staan en riep de leraar erbij. Maar verder? Tekeningen met potlood van een koe, een boer met kruiwagen, een landschapje in een veel te klein schetsboekje, nooit grote vellen met houtskool en zwart krijt, aquarel of Oost-Indische inkttekening verdund met water. Ik had geen enkele materiaalkennis. Het ontbrak mij toen totaal aan tijd. Ik was tijdens mijn middelbare schooltijd elke dag drieënhalf uur kwijt aan reizen. Van kunst was thuis geen sprake, noch in mijn directe omgeving. Bovendien had ik veel te veel liefhebberijen: muziek, de grote moestuin, beesten, het aquarium, de witte muizen en ’s zomers zwemmen en kanoën.

 

bretons tafreel

Bretons tafereel. Aquarel

 

Wanneer ik dan echt ga schilderen en materiaal is aangeschaft, zit ik ’s zomers elke dag buiten. Mijn grote voorbeeld zijn dan de schilders van het landschap, de Haagse School. Willem Witjens, eveneens uit den Haag, geeft mij twee zomers eerste aanwijzingen. Maar daarna sta ik er alleen voor, geen academie, geen geld. Bovendien is er oorlog. We houden ons rustig in ons dorp aan de Maas, in het land van Heusden. Moeder is heel bezorgd. Haar woorden ‘maar kind toch, hoe moet dat nu later’ klinken me nog altijd in de oren. Vader zegt niks. Natuurlijk had moeder wel gelijk. Maar talent is niet te verloochenen en er iets anders naast doen, leraar worden bijvoorbeeld, daaraan heeft toen niemand, ook ik niet, gedacht.

 

olieverf g menken

De Sint Maarten in Zaltbommel. Olieverf op paneel (1947)

 

Na de oorlog kom ik in Zaltbommel wonen en word er in 1948 zomaar organist van de grote St. Maartenskerk. Zonder diploma schuif ik op de bank van een drie-klaviersorgel, kan heel wel de diensten spelen, maar moet snel beginnen aan een studie die jarenlang zal duren. Eerst bij Van Viegen op het domorgel in Utrecht, later ook bij Cor Kee in Amsterdam. Er komt dan meteen een reeks muziekleerlingen, waardoor op een wel heel andere wijze in ons onderhoud gaat voorzien worden. En het grote orgel is altijd weer een feest.

Schilderen raakt wat op de achtergrond, maar nooit geheel. In het grote huis van mevrouw Van Lookeren Campagne, waar we jarenlang zullen mogen wonen, verblijft ook haar uit Den Haag afkomstige zuster, juffrouw Van Hettinga Tromp, een bekend schilderes uit de school van Bremmer. Zij schildert dagelijks aan kleine gepointilleerde stillevens. Ik maak nu kennis met een andere, zorgvuldig gepenseelde en langdurige wijze van verf aanbrengen op het doek. Dit is geen impressionisme. Bij zonlicht kan zij buiten niet schilderen, want de schaduwen verplaatsen zich. In het interieur van de grote kerk schildert zij eens een Christophorus als ik Bachpreludes studeer. En met notaris Oltmans ga ik ’s zaterdags samen naar buiten, wat schilderschade inhalen. Van juffrouw Tromp erf ik haar schilderkist en enkele schilderijen, waarvoor ik haar tot op de dag van vandaag dankbaar ben, alsook voor de portretopdrachten die zij mij gaf.

 

zicht kerk menken

Oude huisjes aan het kerkplein in Zaltbommel. Olieverf op doek (1947)

 

Lange tijd heeft nu de muziek de overhand. Na het behalen van het staatsexamen orgel ga ik meteen door naar het conservatorium, nu voor schoolmuziek en koordirectie. Goed voor een prima salaris en later een pensioen. Moeder hoeft zich geen zorgen meer te maken!

Ondertussen krijg ik mijn eerste eigen exposities in Zaltbommel en meteen is er enige verkoop. We zijn dan in de vijftiger jaren. Het museum Maarten van Rossum kocht in de loop der jaren een zevental werken aan.

Hebben deze twee gaven iets met elkaar van doen? Zeker wel. Compositie, harmonie, ritme, kleur en melodische lijn zijn overeenkomende begrippen in muziek en schilderkunst. Bij mijzelf heb ik geconstateerd dat wanneer ik schilder ik geen muziek hoor (het liefst heb ik het stil rondom) en wanneer ik speel geen kleuren zie. Weet ik op het klavier heel makkelijk te improviseren, ook bij het schilderen ontbreekt het me nooit aan fantasie.

In de loop der jaren is een groot oeuvre ontstaan: olieverven, aquarellen, tekeningen, etsen. Het ontbreekt me nooit aan inspiratie. In de eerste plaats ben ik landschapschilder gebleven. Vanaf begin jaren 60 kampeerden we elke zomervakantie in het buitenland. Meestal was dat Frankrijk. Op een bepaald moment had ik daar zoveel aquarellen verzameld, dat ik niet alleen in Goes en Rotterdam heb geëxposeerd, maar ook in Frankrijk.

 

De Kerkstraat in Zaltbommel. Krijttekening (1960)

 

De kunstzinnige aanleg, de begaafdheid, het talent zet zich nu echter wel degelijk voort: mijn oudste zoon Richard, ook kunstenaar, is leraar aan de academie in Arnhem. Van hem zijn de schilderingen in het Oosterscheldeziekenhuis van Goes. De tweede zoon, Albrecht, geeft les in handvaardigheid en fotografie aan een middelbare school in Almelo. En mijn dochter Christa, onlangs geëmigreerd naar Egypte, is daar muzieklerares aan een Engelse school in Caïro.”

Menken besluit zijn autobiografische aantekeningen met de vergelijking met die andere Brabantse domineeszoon (Vincent van Gogh). Hij concludeert dan: “Ik ben jaloers op zijn schilderijen, maar dankbaar om mijn eigen gelukkig schildersleven. Immers er gaat geen dag voorbij zonder de vreugde van het scheppend bezig zijn, met het ontstaan van de verbeelding in verf op doek en paneel. We blijven ons verwonderen.”

 

foto menken

Gerard Menken aan het werk

 

Het werk van Gerard Menken is te vinden in vele particuliere collecties in zowel binnen- als buitenland. De Douwe Egberts collectie in Utrecht heeft werk van Menken en in het Maarten van Rossem museum in Zaltbommel is zijn werk te zien.

In de zomer van 2016 was er een dubbel expositie Gerard Menken-Karin de Bondt in de Verdraagzaamheid, gecombineerd met een kleine expositie in het huis van Paul en Hanneke van Dijk, Ruiterstraat 10, het huis waar de familie Menken na de oorlog woonde.

 

 

Bronnen
Gerard Menken. Uitgave naar aanleiding van zijn tachtigste verjaardag. Met onder andere autobiografische aantekeningen. Drukkerij Zoeteweij. Yerseke 1999
Gesprekken met de zoon van Gerard Menken, de in Amsterdam wonende kunstenaar en schrijver Richard Menken, december 2013
Peter Schipper , Majo Slosser, Dick van Gameren. Schilderachtig Zaltbommel. Stadskasteel Zaltbommel 2013
Gesprekken met Hennie Menken-Kreiter. Zomer 2016

 

 

Juli 2019