Ruiterstraat
portret van een straat

Knopenfabriek Güppertz

Ruiterstraat 19 en 21

Een nauw met de Bommelerwaard verbonden industrie was de knopenfabriek van de Firma Güppertz. In de volksmond heette het ‘De kneup’. De fabriek stond in Zaltbommel op de hoek van de Kerkstraat en de Oenselsestraat. Aanvankelijk was deze echter gevestigd in de Ruiterstraat en de Koningstraat. Er waren op diverse locaties kleine filialen in Kerkdriel.

 

J.A.J.Güppertz directeur knopenfabriek (foto 1924)

 

Tussen 1860 tot 1946 woonde de hele familie Güppertz in Ruiterstraat 19 en Ruiterstraat 21. Maria Adeleida Lamberdina Güppertz (1860-1937) had in Ruiterstraat 19, het pand waar ze was geboren, een winkel in garen en band (vanaf 1893?). Zij dreef de winkel met haar zus Bernardina Catharina Johanna, geboren op 23-08-1864. In het interbellum bestond de winkel nog.

De knopenfabriek werd in 1749 opgericht in het Duitse Geldern. Omstreeks 1800 verhuisde het bedrijf naar Zaltbommel en heette officieel Mechanische Knoopenfabriek. Eigenaar was de firma Jean Güppertz. In 1925 werd het bedrijf een Naamloze Vennootschap.

Het was de enige fabriek in Nederland die linnen knopen vervaardigde. De grondstoffen waren rood koper, messing, fosforbrons, nikkel, ijzer, linnen en katoen. Het linnen had een speciale kwaliteit en kwam uit Engeland.

 

In 1925 werd de knopenfabriek omgezet in een Naamloze Vennootschap.

 

De knopen werden in Zaltbommel op maat geponst en daarna voor verdere bewerking naar het filiaal in Kerkdriel (aan de Molenstraat) gebracht. In de glorietijd werkten er bij Güppertz 120 mensen. Bij minstens 100 Kerkdrielse families stond een handpersje (in bruikleen) waarmee de plaatjes tot knopen werden bewerkt. Met hard werken kon een thuiswerker tussen de 7,5 tot 10 cent per uur verdienen. Daarna gingen ze terug naar de fabriek, waar er gaatjes in werden geponst. Vervolgens werden ze in andere gezinnen op kaartjes bevestigd.

 

Knopen in 2014 gevonden in de achtertuin van nummer 19 (foto Andrei Miriitskii 2014)

 

Er waren fraaie namen voor de knopen: capitonneerknoopen, spiegelknoopen, rozenknoopen en Herculesknoopen.

Naast knopen maakte men ook een soort speldjes omwonden met oranje of rood-wit-blauw garen. Ze werden op de revers gedragen bij nationale feestdagen.

 

Afbraak van de gebouwen waar eens de Knoopenfabriek stond (nummer en datum onbekend)

 

Vooral tussen 1920 en 1926 was er een goede afzet van knopen. Daarna liep de omzet terug als gevolg van de overvoerde markt met knopen uit Midden-Europa. Er kwam een opleving toen Güppertz tijdens de mobilisatie in 1939 knopen voor het Nederlandse leger ging maken. Na de oorlog deden plastic en andere kunststoffen hun intrede en was er voor de ouderwetse linnen knoop geen markt meer. In 1957 sloot de fabriek voorgoed zijn deuren. In het pand werd daarna de wasmachinefabriek van Minkema gevestigd.

 

 

Bronnen
Hans Keser. De ‘kneup’ nu echt weg. De Toren 14-04-1988

 

 

November 2017