Ruiterstraat
portret van een straat

Onder den Sint-Maarten

Ruiterstraat 10

 

Naamloos

 

Ze zijn redelijk dun gezaaid, de producten uit de kleine werkplaats van ‘Onder den Sint-Maarten’ in de Ruiterstraat. Tussen 1900 en 1904 vervaardigde men hier meubels en koperen voorwerpen, zoals vazen, theeserviezen en klokken. Grondlegger was Bommelaar J.A. Pool jr. In 1904 verhuisde het bedrijf naar Haarlem, waar het uitgroeide tot een fabriek met zo’n 65 werknemers. De aandacht ging vooral uit naar meubels en objecten in de stijl van de zakelijke variant van de Nieuwe Kunst of Jugendstil, die tot rond 1910 een bloei beleefde.

 

johan pool

 

De oprichting van ‘Onder den Sint-Maarten’

Johan Adam Pool werd geboren in Zaltbommel op 27 mei 1872. Zijn vader had een steenfabriek in Zuilichem. Het gezin woonde aanvankelijk in de Gamerschestraat, vervolgens bij schoonmoeder, de weduwe Vermeulen-Heijligers in de Ruiterstraat nummer 10, en na een vijfjarig verblijf in Nijmegen vanaf 1891 weer in Zaltbommel aan de Nieuwstraat. Nadat schoonmoeder in juni 1900 overleden was, betrok het gezin haar huis aan de Ruiterstraat. Johan Adam jr. was toen al het huis uit. Hij studeerde van 1892-1896 bouwkunde aan de Polytechnische School in Delft. Eenmaal afgestudeerd als bouwkundig ingenieur keerde hij in 1898 terug naar zijn vaderstad om er met zijn vrouw Henriette van Heukelom in een pand aan de Nieuwstraat te gaan wonen.

In de schuur bij het familiehuis aan de Ruiterstraat begon J.A.Pool jr., geholpen door een timmermansknecht, te experimenteren met het zelf maken van meubelen, koperbeslag en koperen producten. Vooral door gebrek aan technische kennis waren de resultaten geen onverdeeld succes: ‘…de meubelen waren ongeschikt om te gebruiken, zoo nu en dan zakte je door een stoel heen en altoos zat je er ongemakkelijk op.’

Omdat verbetering uitbleef, besloot Pool te stoppen en een betrekking te aanvaarden op de steenfabriek van zijn vader. Daar kon hij zijn draai niet vinden en ging werken voor ‘een bouwkundig blad’, dat hem uitzond naar Parijs om er over de Wereldtentoonstelling van 1900 te schrijven. Daar kwam hij in contact met uiteenlopende uitingen van kunstnijverheid; vooral het Engelse koper viel bij hem in de smaak. Het gaf hem een nieuwe impuls om zelf verder te gaan met experimenteren. Belangrijk was de hernieuwde ontmoeting met K.L. Sluyterman (1863-1931), leraar decoratieve kunst en ornamenttekenen, die hij kende van zijn studietijd aan de Polytechnische School. Sluyterman logeerde in Zaltbommel bij zijn vader, die er emeritus-predikant was. Sluyterman spoorde Pool aan het ontwerpen weer ter hand te nemen en zo startte hij in de Ruiterstraat opnieuw met kopergieten, drijven en ciseleren.

 

theepot2

Theepot van messing. Karakteristiek zijn het koperen bandje, de klinknagels en het dekselknopje

 

Zeker in het begin ging dit niet van een leien dakje, vooral door gebrek aan vakbekwame koperslagers. Aanvankelijk nam Pool een koperslager uit de stad aan, maar die bleek meer belangstelling te hebben voor jenever en de kroeg. Uiteindelijk gelukte het een vakman uit Friesland aan te stellen. De basis voor de koperslagerij, waarin klokken, vazen, lampen, serviezen en kandelaars werden vervaardigd, was gelegd.

Uiteindelijk werkten er zo’n vijf koperslagers. De andere poot van het bedrijf was de meubelmakerij. De bedrijfsruimte bij het huis was in feite niet meer dan een ‘onaanzienlijk oud gebouw met kruisraampjes en groote schouwen’. Hier vervaardigde men op ambachtelijke wijze de kasten, tafels, stoelen, kapstokken, buffetten en complete ameublementen, zoals slaapkamers. Om de vaardigheden van zijn ambachtslui te vergroten liet Pool hen, onder leiding van de heer Diemont, leraar tekenen aan de H.B.S., een tekencursus volgen.

 

stoelen st maarten

Stoelen van ‘Onder den Sint-Maarten’

 

Door successen op tentoonstellingen, aandacht in de pers, resulterend in toenemende bestellingen, werd de onderneming langzamerhand te groot voor het onderkomen aan de Ruiterstraat. Het huren van lokalen in de oude gemeenteschool aan het Kerkplein bood vanaf februari 1901 soelaas voor de meubelmakerij. Volgens de bewaard gebleven plattegrond waren er twee grotere werkplaatsen, twee kleinere en een monsterkamer. Een jaar later groeide men ook hier uit en zocht Pool een oplossing buiten Zaltbommel. Voorjaar 1902 nam hij de meubelfabriek van Amstelhoek in Haarlem over, die in financiële moeilijkheden was geraakt. Het was de opmaat voor een eigen, door architect J.A.G. van der Steur ontworpen fabriekspand aan de Schotersingel – Maarten Heemskerkstraat.

Vestiging in het Westen bracht het voordeel dat de firma dichter bij het potentiële koperspubliek zat dan in de provincie. Op een terrein vóór de fabriek bedacht Van der Steur in 1903 een door bomen omzoomde oprijlaan, een pleintje met pomp en een Oudhollands gebouw voor toonkamers. De vertrekken waren aangekleed als huis-, ontvang-, eet- en slaapkamers. Hier produceerde de firma nog tot 1936 met een gemiddelde bezetting van 65 tot 80 man personeel verder. De Bommelse vestiging werd niet onmiddellijk gesloten, maar bleef tot 1904 en mogelijk tot 1906 in werking. J.A. Pool overleed op 28 november 1948 te Rotterdam.

 

klokken en pendule

 

Hoewel Pool zeker bij de start van ‘Onder den Sint-Maarten’ zelf modellen ontwierp, komen de meeste tekeningen op het conto van Th.K.L. (Karel) Sluyterman. Na zijn opleiding maakte hij een aantal studiereizen naar het buitenland. Van 1888 tot 1890 verbleef hij in Parijs om zich te bekwamen in het bewerken van edele metalen. In deze stad maakte hij kennis met de eerste ontwikkelingen van de florale Art-Nouveau. Door zijn ontwerpen voor zilversmeedwerk en wanddecoraties in deze stijl, zoals van het oude station in Den Bosch (1895), was hij één van de eersten die dergelijke uitbundige versieringen in Nederland introduceerde. Het laatste project dat hij voltooide in deze stijl was de verzorging van de Nederlandse inzending op de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1900. Naast ontwerper was Sluyterman vanaf 1895 docent aan de Polytechnische School te Delft. Hij staat bekend om zijn enorme kennis van historische meubelstijlen en historische interieurs. Tot de huidige dag is zijn boek ‘Huisraad en Binnenhuis in Nederland in vroegere Eeuwen’ een veel geraadpleegd standaardwerk. Sluyterman is tot 1927 aan de fabriek verbonden geweest.

 

kabinet

Bureau en stoel van eikenhout

 

Werktijden in de fabriek te Zaltbommel

Dankzij het Register ter controle op arbeid van jeugdigen en vrouwen kennen we de werktijden, zoals die golden in de fabriek te Zaltbommel tussen 1900 en 1903: ’s ochtends werkte men van half zes tot acht; dan een half uur rust. Vervolgens van half negen tot twaalf; schafttijd tot één uur en dan doorwerken tot zes uur.

 

Een prijslijst uit 1905

Eetkamerameublement 315 gulden, ontvangkamer 115 gulden, slaapkamer 400 gulden, bureau ministre 110 gulden, pendule met vazen 30 gulden, heren inktkoker 5 gulden, postzegeldoos 7,50 gulden.

 

Ontslag wegens roode beginselen

Begin 1902 waren F.J.W. de Graaff en T. Landré, werknemers bij ‘Onder den Sint-Maarten’, in Zaltbommel bezig met het oprichten van een plaatselijke afdeling van de SDAP en betrokken bij de organisatie van een vakvereniging voor de meubelmakers van de fabriek. Zij kwamen daarbij in conflict met Pool. Het gevolg was dat beiden begin februari 1902 ‘wegens roode beginselen’ werden ontslagen. De Graaff begon vervolgens voor zichzelf in Zaltbommel. In mei 1903 vertrok hij naar Blaricum, waar hij een eigen meubelwerkplaats opzette.

 

Bijzondere klanten

‘Onder den Sint-Maarten’ leverde tussen 1905 en 1910 aan bekende Nederlanders als Anton Philips, een relatie van Pool uit de jaren in Zaltbommel. Ook Pelt in Arnhem, de latere oprichter van het idealistische meubelbedrijf Labor Omnia Vincit, was een opmerkelijke klant. Pool’s kleindochter vertelde dat Anton Philips in een financieel moeilijke periode tijdens de beginjaren van zijn bedrijf een flinke geldlening van haar grootvader heeft gehad.

 

boschstraat 18

Boschstraat 18 naar ontwerp van Johan Adam Pool

 

Als architect ontwierp Pool de pui van Boschstraat 18 in Zaltbommel. Het hek is nog altijd in het straatbeeld aanwezig. Het vertoont de uitbundige belijning van de internationale Jugendstil. Hij maakte het ontwerp in 1899.

 

fam pool

 

Bronnen
Tekst en foto’s zijn ontleend aan de tentoonstellingscatalogus ‘Onder den Sint-Maarten’, Jugendstil uit Zaltbommel. Er is vooral gebruik gemaakt van de teksten van Peter Schipper in deze catalogus. De tentoonstelling werd ingericht door het Maarten van Rossum-museum in oktober 2005

 

 

Mei 2017