Ruiterstraat
portret van een straat
Wie wonen er nu
Wie woonden er vroeger
Familiegeschiedenissen

Wie woonden er vroeger

Ruiterstraat 18

Ruiterstraat 18 bestond vroeger uit twee huisjes. Dit is nog goed te zien op foto’s onder Bouwgeschiedenis Ruiterstraat 18. De huidige bewoner is mevrouw Vossen. Zij huurt het huis sinds 1999 van Vereniging Hendrick de Keyser. Voor mevrouw Vossen woonde er

 

Familie Peeters
Van 1983 tot 1999

Frans Peeters (1935) en Trees Peeters (1938-2013) woonden in Ruiterstraat 18 en hadden in het pand een galerie onder de naam ‘Galerie 1632’. Ook zij huurden het huis van Vereniging Hendrick de Keyser. Voor Frans en Trees Peeters woonde er

 

Familie Vossen
Van 1975 tot 1983

Paulus Willem Michiel (Paul) Vossen (1941-1981) was in 1976 getrouwd met Emma Jacoba Johanna Maria Verhey. De familie had twee  dochters. Paul Vossen was instrumentmaker en musicus. Paul Vossen overleed in 1981. De familie Vossen huurde het huis van Vereniging Hendrick de Keyser. Voor de familie Vossen  woonde er

 

Familie Van Lelyveld-van Lanschot
Van 1971 tot 1975

Karel van Lelyveld (1945) was getrouwd met Sylvie van Lanschot (1945). Ze kregen in de Ruiterstraattijd een zoon, Pieter Paul (1971). Een jaar na hun verhuizing naar Heusden werd hun dochter Eline geboren. Karel van Lelyveld was jurist en Sylvie van Lanschot was beeldend kunstenaar. Zij huurden het huis van Vereniging Hendrick de Keyser. Voor de familie Van Lelyveld woonde er

 

Familie Schölvinck
Van 1967 tot 1971

Louis Carl Alphons Maria Schölvinck (geboren op 21-02-1936) was in 1967 getrouwd met Janine Victoire Elise Marie Swane (geboren op 25-09-1942). In 1969 werd hun zoon Godfried geboren en in 1970 hun dochter Michaela.  De heer Schölvinck werkte in die tijd bij Lebon, een bureau voor bedrijfsorganisatie in de Nieuwstraat. Zij huurden het huis van Vereniging Hendrick de Keyser (het huis was in 1948 door de Vereniging aangekocht). Voor de familie Schölvinck woonde er

 

Familie Verbeek
Van 1965 tot 1967

C.M. Verbeek was getrouwd met A.A. van Haaren. Zij hadden drie dochters. Verbeek was leraar op de ambachtschool. Hij was lid van schaakclub Zaltbommel. Zij huurden het huis van Vereniging Hendrick de Keyser (het huis was in 1948 door de Vereniging aangekocht). Voor de familie Verbeek werd het huis gerestaureerd door

 

Vereniging Hendrick de Keyser
Van 1962 tot 1965

Vereniging Hendrick de Keyser had Ruiterstraat 18 in 1948 aangekocht en restaureerde het pand tussen 1962 en 1965. De bewoners moesten verhuizen naar een ander pand van de Vereniging, ‘De Trippen’, op de hoek van de Ruiterstraat en de Kerkstraat. ‘De Trippen’ was in 1962 aangekocht. Dien van Alphen (1902-2000) en haar moeder Geertje van Alphen-Schaaij (1872-1963) verhuisden van Ruiterstraat 18 naar ‘De Trippen’. Voor de restauratie woonde er

 

Dien van Alphen
Van 1954 tot 1962

Dien (Everdina Maria) van Alphen (1902-2000) is de zus van Grietje van Alphen (1893-1981). Grietje en Dien waren de dochters van Gijs van Alphen (1864-1922), bakker in de Kerkstraat, en Geertje Schaaij (1872-1963). Dien was naaister, ongehuwd, en had eerder met haar moeder in Ruiterstraat 18 gewoond (het rechter gedeelte). Toen Grietje in 1954 vertrok uit de Ruiterstraat verhuisde zij naar het huis van Dien en haar moeder in de Waterstraat en Dien en haar moeder kwamen weer terug in de Ruiterstraat, in het huis van Grietje. Voor moeder en dochter Van Alphen woonde er

 

Grietje Kaasjager-van Alphen
Van 1928 tot 1954

Grietje van Alphen (1893-1981) was in 1919 getrouwd met Chris(tiaan) Kaasjager (1893-1921). Hij was koperslager/loodgieter. Christiaan overleed op 28 jarige leeftijd. Grietje bleef achter met hun twee kinderen: Jan (1920-2002) en Gijs (1922-1999). Grietje had een kruidenierswinkeltje in het pand links.  In het rechterdeel woonde vanaf 1931 haar zus Dien van Alphen, die daar haar naaiatelier had, en de moeder van Grietje en Dien, Geertje van Alphen-Schaaij. Grietje en Dien waren de dochters van Gijs van Alphen (1864-1922), bakker in de Kerkstraat.  Inwonend in het huis van Grietje waren tussen 1928 en 1954 verder: Leonardus Johannes Antonius van den Bergh, geboren in 1901, bakker van beroep (van 1927 tot 1934), Dirkje Meggelina Catharina de Haas (1904-1939) (van 1930 tot 1931), Johan Scholtes, geboren in 1906, kruidenier van beroep (van 1929 tot 1930), de Duitse monteurs Joseph Beetz, geboren 1902 (in 1932) en Joseph Mohnen, geboren in 1901 (in 1931), Pieter Kraaijmes, geboren 1915, rijksveldwachter (van 1940 tot enige jaren daarna) en rijksveldwachter Franciscus Anthonius Marie Timmermans, geboren in 1915, en zijn vrouw Adriana Maria Vos, geboren in 1916 (van 1940 tot minstens 1942). Eigenaar van het huis was de familie Van Alphen. Zij verkochten het huis in 1948 aan de Vereniging Hendrick de Keyser. Voor Grietje van Alphen woonde er

 

Familie Boogaarts-Güppertz
Van 1879 tot 1928

Bernardus Gerardus Boogaarts (1854-1929) was de zoon van Pieter Boogaarts en Gerarda Cooijman. Hij was in 1879 getrouwd met Anna Maria Josepha Güppertz (1857-1924). Het echtpaar had geen kinderen. Zij hadden een winkel in grutten en koloniale waren in Ruiterstraat 18 en de heer Boogaarts was agent van de Nederlandse Stoomboot Maatschappij die dagelijks bootdiensten onderhield met Gorcum, Dordrecht, Rotterdam, Tiel, Nijmegen, Keulen en Mannheim. Hij was ook voorzitter van het Zaltbommels mannenkoor en armmeester bij het Rooms Katholieke Arm-bestuur. Mevrouw Boogaarts was de dochter van de directeur van de knopenfabriek Jacob Johann Christoph Güppertz. Het echtpaar Boogaarts woonde de eerste jaren in bij de moeder van Bernardus. In huis woonde ook nog een nichtje van hem, Maria Catharina Elisabeth Sloekers (geboren in 1898).
Eigenaar van het huis was de familie Boogaarts. Zij waren ook eigenaar van Ruiterstraat 20 en Ruiterstraat 31.

 

Weduwe Boogaarts-Cooijman
Van 1860 tot 1880

Gerarda Cooijman of Bernardina Kooijman (1809-1880) was in 1850 getrouwd met Pieter Boogaarts (1811-1865). Boogaarts was wagenmaker van beroep. Hij overleed in 1865. Weduwe Boogaarts was winkelierster en had in Ruiterstraat 18 nog tot haar dood in 1880 een winkeltje. De laatste jaren deelde ze het huis met haar zoon en zijn vrouw. Eigenaar van het huis was de weduwe Boogaarts. Voor de familie Boogaarts woonde er

 

Familie Schreij-van Kuijl
Van 1844 tot 1879

Conraad Frederik Matthias Schreij (1807-1859), afkomstig uit Duitsland en kleurverver van beroep, was in 1844 getrouwd met Cornelia (Pietje) van Kuijl (1817-18..) uit Asperen. Zij hadden 6 kinderen: Marinus Hendrik Johannes (1847-1892), Pieter Laurens (geboren in 1848), Alida Agnetha (geboren 1850), Antoon Johan Hendrik (1852-1895), Johan Martien (geboren 1853) en Frederica Maria Wilhelmina (1857-1891). Zij woonden in het rechter deel van het huis, dus naast de winkel. Verder woonden in huis Christiaan Jan van Eeghen (geboren 1852) en Sara Lucas (geboren in 1800).
Na de dood van Conraad Schreij in 1859 woonde Cornelia (Pietje) nog 20 jaar in Ruiterstraat 18. De familie Schreij was eigenaar van Ruiterstraat 18. Voor de familie Schreij woonde er

 

Familie Feurstake
Van 1823 tot 1844 (?)

Willem Christiaan Michiel Feurstake (geboren in 1760) was getrouwd met Angenita Efosina Philipina Bredou / Bredon (1766-1846). Zij hadden drie kinderen: Angenita (1800-1852), Maria (1804-18..) en Frederik Willem (1809-1873). Bij de instelling van het kadaster in 1832 stond het huis op naam van de zadelmaker Willem Feurstake. Voor de familie Feurstake woonde er waarschijnlijk

 

Familie Van Kuijl?
Van 1818 tot 1823

Mathijs van Kuijl (1791-1854) was boer en getrouwd met Marijntje de Groot (1797-1883). Zij hadden 8 kinderen: Cornelia (geboren in 1817), Anna Petronella (1819-1905), Hendrik (1821-1906), Lauwerens (1825-1902), Theunis (1825-1904), Maria (geboren 1827), Cornelis Jan (geboren 1832) en Johannes Martinus (1832-1841). Dochter Cornelia trouwde met Coonraad Schreij en woonde toen opnieuw in Ruiterstraat 18. Eigenaar van het huis in 1817 was Eduard van Benthem van den Bergh. Hij had het huis voor omstreeks 410 gulden gekocht van zijn schoonmoeder Anna Petronella de Roock. Zelf woonde hij in Ruiterstraat 16 en 14. In hetzelfde jaar verkocht hij het huis mogelijk aan Mathijs van Kuijl.

 

Anna Petronella de Roock
Van 1785 tot 1817

Anna Petronella de Roock kocht in 1785 voor 110 gulden en tien stuivers (waarschijnlijk) het rechter deel van het huidige Ruiterstraat 18 van de weduwe van Mr. Willem Joachim de Laver (overleden in 1770), Johanna Dutry van Haaften (1729-1786). In het huis woont in die tijd weduwe Van Sittert.

 

Familie Cherlenskij
Na 1758 tot 1763

Everhardus Cherlenskij (overleden in 1763), ook wel geschreven als S(ch)erlenskij, was kapitein in het Nederlandse leger. Hij was getrouwd met respectievelijk Johanna Buijzenhuis, Elisabeth Anna Beeckman en Agnita van den Bergh. De verhuur aan een hoge militair wijst erop dat Ruiterstraat 18 in de 18e eeuw dienst deed als een deftig huurhuis. Zaltbommel was een belangrijke vestingstad van de Republiek, waar altijd een garnizoen Hollandse soldaten was gelegerd. Officieren waren doorgaans ondergebracht in huurhuizen. In huis woonde ook nog een zoon of een broer Everhardus Johannes Cherlenskij (1737-1799). Ook hij was een hoge militair en ingenieur. Hij tekende een plattegrond van Zaltbommel (1772) en een kaartenatlas van Bourtange met bestektekeningen en plattegronden van alle gebouwen en tuinen. Waarschijnlijk huurt de kapitein het pand van de familie Dutry van Haaften.

 

Cornelis Dutry van Haaften
Van 1729 tot 1758

Cornelis Dutry van Haaften woont zelf in de monumentale panden van Ruiterstraat 14 en 16. Hij kocht het pand voor 429 gulden van het Weeshuis. Hij verhuurde Ruiterstraat 18. De huurders in deze periode zijn niet bekend.

 

Regenten van het Oude Weeshuis
Van 1725 tot 1729

Huurster was Jan(ne)tje Tonie, ook wel Jansken Antonie genoemd (1660-1726). Zij was getrouwd met Willem Bornet (geboren in 1660). Zij hadden vijf kinderen: Catherin (1686), Anthonij (1695), Maria (1697), Alexander (1700) en Willem (1703). De familie was Nederlands Hervormd. Het Oude Weeshuis kocht het ‘huys en erve met een schuur dien annex’ (waarschijnlijk is dit het linker deel van het huidige huis) voor 70 gulden van

 

Margriet van Ostade
Van 1690 tot 1725

Margriet van Ostade-van Zuylichem was de weduwe van Jan Peterse van Ostade die in 1690 was overleden. Zij moest het huis in 1725 verkopen omdat ze niet meer in staat was haar schulden te betalen. Het huis werd verkocht voor 70 gulden. De familie Van Ostade was dus bewoner en eigenaar.

 

Familie Peterse van Ostade
Van 16.. tot 1690

Jan Peterse van Ostade (16..-1690) was getrouwd met Margriet van Zuylichem (het was zijn tweede huwelijk). Zij hadden één dochter. De familie Van Ostade was bewoner en eigenaar.

 

Familie Kitsen
Van 1688(?) tot 16..

Peter Kitse(n) was geen eigenaar maar huurder. Hij was getrouwd met Maria Boozen. Zij hadden drie dochters: de tweeling Lijsbeth (1682) en Aeltje (1682), en Elisabeth (1686). Peter Kitsen was schoolmeester in Bruchem. De familie was Nederlands Hervormd.

 

Peter Bock
Van 1651 tot 16..

Peter Egens Bo(c)k (1610-1684), raedemaecker. Mogelijk was Peter Bock de bouwheer. De toevoeging raedemaecker geeft aan dat hij producent was van wagenwielen. Peter Bock trouwde twee keer. Zijn eerste vrouw was Beatrix Jans Rinck (1610-1656). Zij hadden één zoon, Eghen Petersz ( 1635-1683). Uit zijn tweede huwelijk met Marij Lamersdorph (overleden in 1683) had hij een dochter, Christina Petersd (geboren in 1656). De familie was nederlands Hervormd. Bij het huis hoorde nog een achterhuisje in de Lange Strikstraat dat verhuurd was aan Jacob Peters.

 

 

Bronnen
Gesprekken met Tiny Groeneveld-van Alphen november 2013
Foto’s uit collectie Tiny van Alphen-Groeneveld
Advertenties uit Streekarchief Bommelerwaard
Isa Masselink-Woltjer. Ongepubliceerd archief onderzoek. Den Haag. 2012-2016

 

 

Mei 2017