Ruiterstraat
portret van een straat

Kinderen in de Ruiterstraat

Uit de vele familiegesprekken (ruim 140 interviews) kan een beeld worden gevormd van honderd jaar kinderen in de Ruiterstraat. Op basis van deze directe bronnen krijgen we een indruk van drie generaties kinderen: de interbellum generatie (1920-1945), de na-oorlogse generatie (1945-1970) en de generatie die opgroeide tussen 1970 en 1995. De bewoners die de informatie hebben aangedragen voor onderstaand verhaal zijn onderaan deze bijdrage genoemd. Ook hun geboortejaar en huisnummer in de straat zijn vermeld.

 

spelen met de bokkekar

Spelen met de bok en de bokkenkar (1923)

 

Generatie 1920-1945

Kinderen konden tot aan de tweede wereldoorlog ongehinderd op straat spelen vertelde Bets de Koning (1922).‘Er waren geen auto’s, wel veel kinderen om mee te spelen.’ Alleen veearts De Jong had een auto, vanaf 1919. Pas in 1921 was er een tweede auto, die van burgemeester Van Hoogstraten van nummer 14.

Spelen op straat
Bets vertelde: ‘We speelden vaak rond de grote telefoonmast die voor Ruiterstraat 8 stond. Spelletjes waren zakdoekje leggen, hoepelen met de velg van een fietswiel, verstoppertje spelen en tikkertje.’ Constance van Hoogstraten (1928) noemde als spelletjes knikkeren (‘bij de waterpomp op de Vismarkt was een mooi kuiltje’), hinkelen, piktollen en haasje over. Constance struinde vaak met haar oudere broer langs de Waal of zocht bramen bij de Oenselsedijk. Ze ging soms zwemmen in het zwembad dat in de Waal dreef en als de orgelman in de straat kwam liepen ze met alle kinderen er achteraan.

 

kinderfeestje met jan philips

Van links naar rechts: Jan Philips, Wim van Lookeren Campagne, Jan Willem van Lookeren Campagne, Corry de Jong, Conny van Hoogstraten en zittend Doortje van Lookeren Campagne in de tuin van Ruiterstraat 10 (april 1931)

 

De jongens gingen vaak voetballen, vertelde Sjoerd de Jong (1919), gewoon op straat of in de ‘Kindertuin’. Ook hadden ze een bok en bokkenkar waarmee ze op straat en in de tuin speelden. Verder deden ze dezelfde spelletjes als de meisjes. Een keer was Sjoerd aan het piktollen voor de ingang van de Sint-Maartenskerk toen onverwacht koningin Emma langs kwam om de kerk te bekijken. Als jongetje van vier maakte hij het laatste ritje mee van de Zaltbommelse paardentram.
Ook Anneke (1924) en Nelly (1928) de Roock speelden bijna altijd op straat. Ze woonden op nummer 14. Buurman De Jong (de vader van Sjoerd) was de enige met een auto. Ze mochten weleens meerijden als hij visites reed langs de boerderijen. Kinderen werden als er sneeuw lag door dokter De Jong met hun sleeën achter de auto door de straten getrokken, vertelde Tiny van Alphen (1930).
Op straat bestonden de spelletjes van de meisjes De Roock uit onder andere hoepelen, kaatsen en zangspelletjes. Bij slecht weer speelden ze thuis op de speelzolder. Daar stonden door hun vader gemaakte poppenhuizen. Ze bouwden zelf een kruidenierswinkel waar ze zowel de verkoopster als de klant waren.

 

in de tuin fam hoogstraten

In de tuin van Ruiterstraat 14 met Jan, Lous, Henk en Conny van Hoogstraten. Esso de Jong van nummer 16 kijkt over het hek (voorjaar 1930)

 

Nelly was lid van de ‘Kabouterij’ waarvan de meisjesclub bij elkaar kwam bij de ouders van Johanna Wagner op de ‘Ezel’. Nelly had een fiets gekregen van een vriendin van haar oma. Ze leerde daarop fietsen en reed eindeloos op en neer van de voordeur (Ruiterstraat 14) naar de straat.

Standsverschillen
Er was in de straat een duidelijke scheidslijn tussen de kinderen van de notabelen, die voornamelijk aan de zuidkant van de straat woonden en kinderen die in de huizen woonden met oneven nummers.
Bets de Koning ging naar de Christelijke school in de Nieuwstraat. Ze kon naar de HBS maar ze wilde niet omdat ze van te gewone komaf was. Haar vader werkte op het land. In de schuur stond een geit die zorgde voor de dagelijkse melk en de kaas, De konijnen in de schuur leverden het vlees.
De vader van Lous (1923) van Hoogstraten daarentegen was burgemeester. Haar vriendinnen waren Wil van Mourik (vader had een brouwerij), Loes van Lookeren Campagne (vader was directeur van de steenfabriek), Fransje van Anrooij (vader was componist) en Mies Philips (van de gloeilampen). De vijf vriendinnen hadden op de zolder bij Van Anrooij een toneelclub met de naam ‘De Hanenbalken’. Je kon lid worden wanneer je bij één van de gegoede families behoorde. Voor toelating was er een ballotage. De toneelclub had een zaal en een echt toneel met gordijnen, een decor en coulissen. Ouders en vrienden van de ouders werden uitgenodigd voor de voorstellingen. Anneke de Roock werd later lid van de ‘De Hanenbalken’. De kinderen van ‘De Hanenbalken’ speelden op zaterdagavond bij de respectievelijke ouders Monopoly.

 

hanenbalken met mevr de Rook

‘De Hanenbalken’ in de Drunense Duinen met van links naar rechts Lous van Hoogstraten, Mies Philips, Nelly de Roock (moeder), Anneke de Roock, Fransje van Anrooy en op de voorgrond Loes van Lookeren Campagne (omstreeks 1942)

 

De kinderen die aan de rijke kant van de straat woonden waren gewend aan meerdere dienstboden. De meeste dienstmeisjes waren dag en nacht aanwezig en hadden een kamertje op één van de bovenverdiepingen of zolders. Zij kregen kost en inwoning en 25 gulden per maand in een tijd dat een jurk bij C&A vijf gulden kostte. Bij de familie van Lookeren Campagne (Ruiterstraat 8 en 10) was een flink deel van de bovenverdieping bewoond door dienstboden. Er was een dienstbode voor de keuken, een dienstbode voor de was, een dienstbode voor het naaiwerk, een verpleegster voor dag en nacht en een tuinman die drie dagen in de week in dienst was. Voor de kinderen was er vaak een nanny. Zo kregen de kinderen van Van Hoogstraten, wanneer ze uit school kwamen, eerst thee en daarna waren ze verplicht met de kinderjuffrouw een wandeling over de stadswallen te maken. Een gelijksoortige situatie bestond in de huizen van Ruiterstraat 8,10, 12, 14 en 16. Als er een auto was hadden ze ook vaak een vaste chauffeur die de auto in uniform bestuurde. Meer informatie hierover onder ‘Auto’s en verkeer’.

 

conny met kindje hoogstraten

Conny (later Constance genoemd) van Hoogstraten met de dienstbodes Mijntje en Freeske in de tuin van Ruiterstraat 14 (zomer 1930)

 

Een dergelijke luxe konden de families aan de overkant zich niet permitteren. In deze krappe huizen was er zelfs een omgekeerde situatie, een groot deel van de gezinnen had een kostganger in huis. Zo iemand had een eigen kamer (meestal de beste) en woonde permanent of op alle werkdagen (dat waren er zes) in huis en at mee met de familie. Een kostganger was noodzakelijk om rond te komen. Er waren kostgangers op nummer 5, 6, 9, 13, 19, 21, 27 en 29.
Een gezin dat weliswaar niet tot de notabelen behoorde maar er financieel warmpjes bijzat was de familie Spiering. Kees Spiering (1869) was groenteventer maar door zijn huwelijk in 1902 met de betrekkelijk deftige en rijke Frederiek van Lopik (afkomstig uit Amerongen) was het gezin redelijk welgesteld, vertelde kleindochter Rie Spiering (1932). Op zondag gingen ze naar Japie van Gelder in de Heilige Geeststraat en haalden ze makreel. Met kerst was er een grote kerstboom. Als er sneeuw lag was er een duw-arrenslee met een warme steen erin tegen de kou. De slee werd door vader geduwd vertelde Rie Spiering. Ook Sinterklaas werd uitgebreid gevierd. In de zomer mochten ze een ijsje kopen bij vrouw Kaai in de Kerkstraat (vijf cent per stuk). Rie had suède ballen om tegen de muur te kaatsen ‘Wie had dat nou?’

 

sjoerd de jong met robby

Sjoerd de Jong en Robbie Knottebelt in de tuin van Ruiterstraat 16 (omstreeks 1923)

 

Katholiek of protestant
Behalve door het standsverschil werden kinderen ook gescheiden door de kerk waartoe de ouders behoorden. Protestantse en katholieke kinderen mochten vaak niet met elkaar spelen. Bets de Koning vertelde dat ze een keer met een katholiek meisje de Ruiterstraat inliep waarna het meisje zei dat ze beter ieder aan een kant van de straat konden gaan lopen omdat ze van de nonnen niet gezien mocht worden met een protestant meisje. De ouders van Tiny van Alphen (1930) waren Nederlands Hervormd. Zij vertelde: ‘Een buurmeisje heeft me een keer uit de kring geduwd toen we aan het spelen waren. “Jij mag niet meedoen, jij bent protestant.”’ Overigens was het aantal katholieken in de straat zeer klein, er waren tussen de twee wereldoorlogen welgeteld drie katholieke families in de straat (Van der Donk, Van Kessel en Vinck). Verder woonde er één Joodse familie op nummer 15-17, de familie Hijmans. De Joodse slager Joosten slachtte zijn koeien in Ruiterstraat 31 (hij had zijn winkel in de Boschstraat).

De oorlog
Op de HBS zat Nelly de Roock (1928) in de klas bij Gerda de Jongh die thuis in Gameren een boerderij en paarden had. Door de oorlog konden ze het laatste jaar vrijwel niet naar school waardoor ze geen eindexamen konden doen. De directeur kwam in de klas om te vertellen dat ze het examen cadeau kregen. Nelly vond dat niet leuk.
Tijdens de oorlog zag Nelly vanuit hun tuin parachutisten landen rond Zaltbommel. Daarna kwam het bericht dat ze binnen 3 uur hun huis moesten verlaten. Ze zijn toen met de fiets geëvacueerd en hebben bij de ouders van Gerda de Jongh in Gameren gewoond. Ze zijn daar 1 à 2 jaar geweest. Het huis in de Ruiterstraat werd door de Duitsers gebruikt. Bij terugkeer in de Ruiterstraat bleek het huis ernstig beschadigd door de beschietingen. Tijdens de herstelwerkzaamheden werd er in de voorkamer gewoond, gegeten en geslapen want door een granaatinslag waren de ouder slaapkamer aan de achterkant en de kamer daarboven in puin geschoten.
Op Bevrijdingsdag werd een grote Nederlandse vlag uitgehangen en er werd in het Centraal Gebouw (Ruiterstraat 23-25) bij de familie Jansen een groot dansfeest georganiseerd. Nelly danste er als 15 jarige met iedereen. Het was een uitbundig feest. Mensen toonden elkaar het wittebrood dat door de Engelsen was uitgestrooid boven de stad.

 

Generatie 1945-1970

Na de oorlog was het voor kinderen nog steeds goed toeven op straat. Het straatbeeld werd bepaald door een sporadische auto, paard-en-wagens, marskramers met een koffer, een olieboer met hondenkar, een melkboer die met een litermaat melk in de kan schonk, een scharensliep en spelende kinderen.

 

tieske de putjesschepper

Tieske de putjesschepper in de Nonnenstraat. Zijn echte naam was Martinus Muller (jaartal onbekend).

 

Spelen op straat
Hannie van Maren (1939) en haar vriendinnen speelden altijd op straat: knikkeren, touwspringen en piktollen. Alleen in de Boschstraat kwamen auto’s (vanuit twee richtingen). Als het seizoen daar was gingen ze noten rapen op de Oenselsedijk en bramen plukken bij de Spoordijk. Hannie knikkerde vaak met Ans (1939) en Dick Wanrooij (1944) die op Ruiterstraat 13 woonden. Als de knikkers op waren ging vader Van Maren naar de Waal om klei te halen en maakte hij er knikkers van. Van Tieske de putjesschepper kregen ze echte knikkers die hij in de beerputten vond. Hannie speelde ook met Gijs van Hees (1940), de zoon van de boekbinder van nummer 15-17. Hannie had vrijwel geen speelgoed (alleen een zelfgemaakte lappenpop en een springtouw), maar voor haar zesde verjaardag had ze van haar ouders een poppenwagentje met een linnen kapje gekregen. Het wagentje was gemaakt van geperst karton. Gijs zou vader spelen. Als vader wou hij ook met het wagentje rijden, maar Hannie zei: ‘Dat doen vaders niet Gijs, vaders lopen er naast.’ Gijs pikte dat niet en trapte het hele wagentje in elkaar.
Hannie van Maren zat op de Rikkerschool. Ze zat, behalve bij Ien van Sermond (haar oma woonde in Ruiterstraat 29), ook in de klas bij Betsie Kraker (1940) van Ruiterstraat 9. Op deze openbare school was meester Oversteeg onderwijzer en juffrouw Wilbrink juf. Laatstgenoemde had een rotan rietje. Als je links schreef stond ze achter je en kreeg je een zwieper op je hand.

 

de tweede klas

De tweede klas van Conny van Hoogstraten (vijfde van rechts met hoofd schuin) met juffrouw Wilbrink voor de kast en links juffrouw Van der Kolk. Juffrouw Wilbrink was er ook nog toen Hannie van Maren in de tweede klas zat (zomer 1936)

 

Hannie was bevriend met Gerda (1941), de oudste dochter van groenteboer Rombeek. Gerda zei altijd: ‘Als ik groot ben trouw ik nooit met iemand mee ne winkel.’ Ze moest natuurlijk nogal eens meehelpen thuis. Later trouwde ze met een slager uit Meteren.
Ook de broer van Gerda, Jan Rombeek (1942), groeide op in de Ruiterstraat. Hij voetbalde vaak op straat. ‘Er waren immers vrijwel geen auto’s’, vertelde Jan. Vaak speelden ze achter de poort (er was een deurtje in de grote poort) bij nummer 8. Daar was een muur waartegen ze een balletje konden trappen. Jan werd lid van Voetbalclub Zaltbommel (zijn vader was daar penningmeester).

 

jan en gerda rombeek

Jan en Gerda Rombeek voor het raam van hun huis in de Ruiterstraat (omstreeks 1946)

 

Ook Willem van Gameren (1951) vertelde: ‘Je kon gewoon op straat voetballen. Alleen de bodedienst (Van Gameren van nummer 13), de tandarts (Recter) en mijn pa hadden een auto.’
Mini Rombeek (1950), 8 jaar jonger dan haar broer Jan, speelde met Mery Dierijck (woonde bij tante Fiet van Gameren op nummer 13) en Jeanne Kers. Met Tommy Recter (nummer 12) liep ze altijd samen naar de kleuterschool in de Bloemendaal. Met Tommy ruilde ze vaak haar step voor zijn fietsje. Eén van de leukste spelletjes was het bouwen van hutten op de stoep van de Ruiterstraat. De hutten werden gebouwd van lege veilingkisten met een oud etalagekleed als dak. Op de stoep van nummer 7 (familie Van Oosterom) mocht niet gespeeld worden. Als dat toch gebeurde was mevrouw boos en één keer toen er niet geluisterd werd keerde ze vanuit het bovenraam een volle pispot ondersteboven om de kinderen te verjagen.

 

richard en gerard menken

Richard en Albrecht Menken met zelfgebouwde auto. Hier was de poort met een deur erin waar de jongens altijd voetbalden tegen de muur van Ruiterstraat 8 (1955)

 

Spelen in de tuin
In een gesprek met Richard Menken (1947) beschrijft hij zijn kindertijd in Ruiterstraat 10 (het huidige huis van Paul van Dijk) als één groot avontuur. Het was een paradijselijke tijd met speelruimte in het huis en in de tuin. De tuinen van nummer 8 (was het koetshuis van nummer 10) en nummer 10 vormden één ommuurd geheel. De tuin achter nummer 10 was gecultiveerd maar het achterste deel van beide tuinen was puur speelterrein. ‘Daar konden we hutten bouwen, gangen graven en ons eindeloos verstoppen.’ Achter nummer 8 was een groentetuin en er werden kippen en konijnen gehouden. Er stond een reusachtige kastanjeboom achter Ruiterstraat 8. Willem van Lookeren Campagne jr. (1892-1977) plantte rond 1900 als klein jongetje de kastanjeboom (informatie van Loes van Lookeren Campagne). De boom is in 2010 gekapt. Ook de tuinen van nummer 12, 14 en 16 werden door de kinderen intensief gebruikt als speelterrein.

 

hans en claske mekel in de kar ruiterstr 12

Hans en Claske Mekel in de kar in de tuin van Ruiterstraat 12 (1947)

 

Binnen spelen
Ook binnen waren ruime speelmogelijkheden. Allerlei kinderen uit de buurt herinneren zich dat ze op nummer 10 speelden: Wijnand van der Flier (1946), Hannie en Mari Anne van Maren (1947), Wilfred Recter (1947). Ruiterstraat 10 liep op diverse plaatsen door in nummer 8 (het koetshuis). Zo was er onder het platte dak van het koetshuis een grote hooizolder (werd timmerzolder genoemd) waar je eindeloos kon spelen. Richard had daar het kantoor gebouwd van de Verenigde Naties waar hijzelf de directeur van was. Op nummer 8 waren vroeger de paardenstallen, vertelde Loes van Lookeren Campagne (1924). De ruiven voor het hooi zaten rond 1930 nog aan de muur.
Een grote attractie voor de kinderen was het naar beneden glijden op de leuning van de achttiende eeuwse eikenhouten trap, van driehoog naar de begane grond. Dit wordt bevestigd door Hannie van Maren en Wilfred Recter. Ze gleden om beurten van de drie etages hoge eikenhouten trap van Ruiterstraat 10. Ook trokken ze elkaar op kleedjes door de lange gangen.
Huize Recter (Ruiterstraat 12) was de zoete inval voor kinderen. Iedereen was er welkom. Tussen de middag zaten ze doordeweeks vaak met 12 kinderen aan tafel. Sommigen namen hun eigen boterhammen mee, zoals kinderen van kennissen uit buurtgemeenten die in Bommel op school zaten (in die tijd was er geen overblijfruimte op school). Het was altijd gezellig hoorde ik (Paul van Dijk) van meerdere kinderen en volwassenen uit de straat.

 

mevrouw Recter met kinderen

Dirk, Wilfred, Inge, mevrouw Recter, Tom Recter en Giel Spiering achter Ruiterstraat 12 (1953)

 

De kinderen Recter speelden veel met andere kinderen uit de straat; spelletjes met de trapauto, verstoppertje, de vliegende Hollander, knikkeren, vliegeren en tikkertje waren favoriet. Vooral Dirk (1946) en Wilfred (1947) hadden veel vriendjes van hun leeftijd in de straat. Vrienden van Dirk waren Mari en Jaap van Brakel. Zij woonden op de hoek Ruiterstraat-Kerkstraat. Vader Van Brakel had een groentehandel in de garage aan de Ruiterstraat. Ook Richard Menken, Ruiterstraat 10, was een vriend. Dirk vergeet nooit de tocht achterop de Solex met Richard en zijn ouders naar de Efteling! Wim de Ruiter (Ruiterstraat 7) en Jan Rombeek waren bij het spelen altijd van de partij. Martien (Tinus) van der Donk was vriend van de hele familie op Ruiterstraat 12.
Vriendinnen van Wilfred waren Alie van Tuil (woonde op Ruiterstraat 21) en Jenny Jansen (later getrouwd met huisarts Bert van Veere). Jenny woonde bij haar oma in het Centraal Gebouw. Bij iedere verjaardag was de eettafel van oma bedekt met pelpinda’s. Ook met Mienie van Gameren (1947) ( Ruiterstraat 37) heeft Wilfred veel op straat gespeeld.

 

mienie van gameren

Mienie van Gameren (rechts) met Wilfred Recter op de drempel van Ruiterstraat 37 (1952)

 

Standsverschillen
Het verschil tussen de kinderen uit de grote huizen aan de zuidkant van de straat en de kinderen van de oneven genummerde huizen lijkt bij deze generatie aanzienlijk kleiner te zijn geworden, vergeleken met de generatie voor de oorlog. Mari Anne van Maren (1947) zei: ‘Er was bij kinderen geen uitgesproken verschil tussen rijk en arm in de straat. Iedereen speelde met elkaar.’ Weliswaar waren er tussen de verschillende families nog grote verschillen in luxe maar kinderen werden veel minder dan voor de oorlog gehinderd door de standsverschillen.

 

minie maria en willem van gameren

Mienie, Maria en Willem van Gameren (1957)

 

Zo zaten kinderen van tandarts Recter op gymnastiek (Olympia), ballet en pianoles en vanaf 12 jaar gingen ze op tennis en hockey. Dit was niet weggelegd voor Martien van der Donk, de beste vriend van Dick Recter. Martien kwam uit een gezin met 6 kinderen en woonde op nummer 20. Ook hij wilde graag op tennis maar daar was geen geld voor. Vader Van der Donk hield, om bij te verdienen, het kerkhof schoon. Er waren eerste klas, tweede klas en derde klas graven die werden schoon gehouden. In september werden er kwitanties geschreven, voor een eerste klas graf was dat 7,5 gulden, voor tweede klas 5 gulden en derde klas 2,5 gulden. Annie van der Donk (1947) vertelde: ‘En dan werden wij er op uitgestuurd om dat geld op te halen. Ik vond dat verschrikkelijk. Voor het geld dat werd opgehaald werd met Sinterklaas wat voor ons gekocht.’
Alie van Tuyl (1946) was de beste vriendin van Wilfred Recter, Alie woonde aan de arme en Wilfred aan de rijke kant van de straat. Alie vertelde: ‘We speelden meestal buiten, vingen meikevers in een potje en we bouwden met Wilfred en haar broer Dickie hutten bij de familie Recter in de tuin.’ Ook speelden ze in de wachtkamer van de tandartspraktijk, zetten de banken op de radiator en maakten zo glijbanen. Ze mocht vaak mee met de familie Recter. Zij hadden een auto.

 

alie van tuijl met onderwijzeres

Alie van Tuijl helemaal links met onderwijzeres Miep van Mourik op de kleuterschool (1951)

 

Ook Bert van Wijnen (1953) woonde aan de arme kant. Hij speelde op straat met Richard Menken en Dick Recter. Laatstgenoemde had een trein en dat was uiteraard een geliefd speelobject. Voetballen deed Bert op straat en in de tuin achter het Centraal Gebouw. Toen de televisie kwam mochten ze met een man of zeven op woensdag- en zaterdagmiddag televisie kijken bij apotheker De Jong (in de Waterstraat). Richard Menken mocht op woensdagmiddag televisie komen kijken bij Hans van Santen. Bert trouwde met een meisje uit de straat: Minie Rombeek.

 

nico bert en loes van wijnen

Nico , Bert en Loes van Wijnen in de Boschstraat (1948)

 

Bij de generatie van na de oorlog deden geleidelijk aan de stofzuiger, de wasmachine, het elektrisch strijkijzer en de koelkast hun intrede. Mede hierdoor verminderde het aantal dienstboden en ander personeel aan de zuidkant van de straat. Vooral inwonende dienstboden werden minder gebruikelijk. Toch hadden families in betere kringen nog dagelijks hulp in de huishouding. Zo vertelde Alie van Tuyl: ‘Bij de familie Recter mocht heel veel. Bovendien hoefden we niets op te ruimen, Wilfred zei dan: “Dat doet de dienstbode wel.”’

Kleine huizen
De huizen aan de noordkant (oneven nummers) waren klein en de gezinnen groot. Annie van der Donk vertelde: ‘Vier kinderen sliepen in twee tweepersoonsbedden op de open zolder (met beschoten kap).’ Alleen de oudste dochter Fieke had een eigen kamertje. Broer Martien sliep lange tijd bij de ouders op de kamer. Pas later kwamen er kamertjes op zolder. Ook de zes jongens van de familie Van den Heuvel sliepen in drie tweepersoonsbedden, waarvan één bed op de slaapkamer van de ouders.

 

moeder van der donk

Moeder Van der Donk met Fieke, Betsie en Bertie voor de toen nog brede deur van Ruiiterstraat 20 (1943)

 

Jan en Elly van Acquoij (1939) woonden met twee kinderen op een bovenwoning boven de slagerij (Ruiterstraat 4). Aan de straatkant was een kleine woonkamer, aan de achterkant een keukentje en tussenin een alkoof die diende als ouderslaapkamer. Er was een zolder met een onbeschoten kap, ‘je keek zo tegen de hemel aan’. Daar was een klein kamertje gemaakt waar Jan, en later Wouter, als kleuter sliep. De trap naar de zolder was een open houten trap (in de voorraadkast), erg gevaarlijk voor de kinderen.

Huizen in slechte staat
De huizen waarin de kinderen woonden aan de arme kant van de straat waren na de oorlog in abominabele staat. Een aantal huizen was onbewoonbaar verklaard. Zo vertelde Hannie en Marie-Anne van Maren dat hun huis zo slecht was dat het dak bijna instortte. Als het hard regende stroomde het water via allerlei lekkages het huis binnen. Moeder Van Maren veegde het water over de zwarte tegels van de gang via de voordeur weer naar buiten. Het huis/de bouwval werd in 1953 gekocht door de familie Verhoeks. Het was toen een open plek. Zij lieten er weer een huis bouwen. Totale kosten waren 15.000 gulden.
Toen Frans (1941) en Joke (1947) van den Heuvel in 1968 Ruiterstraat 29 betrokken lekte het aan alle kanten. Bij de geboorte van Frans junior stonden er overal in babykamer teiltjes en emmers om het water op te vangen. Er was een onbeschoten kap. De wc was buiten, er werden regelmatig ratten gesignaleerd.

 

huberta met haar 6 zonen

Huberta van den Heuvel-van Gemert met haar zes zonen Jan, Gerard, Henk, Cees, Huub en André. Zij woonden in Ruiterstraat 27 (1955)

 

Katholiek of protestant
Het onderscheid tussen protestant en katholiek was na de oorlog nog even nadrukkelijk aanwezig als voor de oorlog. Nederland was ‘verzuild’ en dat gold ook voor de straat. Protestantse bewoners kochten bij protestantse middenstanders, luisterden naar protestantse radiozenders, lazen protestante bladen, en voor katholieken gold hetzelfde. Pastoor Retel droeg de parochianen op bij geloofsgenoten inkopen te doen.

 

pastoor retel tijdens de 1e communie

Pastoor Retel tijdens de 1e communie met onder andere: Trudie Vinck, Lenie Pardoel, Liesje Visser, Rita, Jan Ivens, Hannie van Angelen, Hans Merks, Jan van Wordragen, Kees Jansen, Joop Bekker, Theo van Gemert, Bert van Hees, Wil Gevers, Cees van den Heuvel, Jan Welten, Corné Jegen, Bert van Osch, Agnes Stehmann, Ria Brinkman, Mimi Roeters, George Vermeulen, Marianne Penders, Annelie Roding, Wim van Tuijl en Kees van Zuijdam (1957)

 

Protestantse kinderen speelden nog steeds niet zomaar met katholieke kinderen. De Hervormde Bert van Wijnen speelde niet met de katholieke jongetjes Van den Heuvel en Van der Donk van nummer 27 en 20. Ook Johan van Hemert van nummer 3-5 kreeg de opdracht van zijn ouders niet met katholieke kinderen te spelen. Overigens was het nog steeds een overwegend protestantse straat. De families Van den Heuvel en Van der Donk waren de enige katholieke gezinnen.
De Hervormde jeugd had een eigen jeugdvereniging, ‘Het Kompas’, in Ruiterstraat 23-25. Het huis was eigendom van de Hervormde kerk en werd het Centraal Gebouw genoemd. Het werd beheerd door de familie Jansen en daarna door de familie Van Wijnen. Er werden onder meer lezingen en cursussen gegeven. Door ‘Het Kompas’ werd van alles georganiseerd voor de Nederlands Hervormde jeugd.

 

uitje met het kompas

Uitje met ‘Het Kompas’ met links Hans van Santen, midden Richard Menken, rechts John Ansing en links achter Gerard van den Heuvel. Op de achtergrond de groentekar van Van Brakel met zijn jongste zoon Japie op de bok (1955)

 

Generatie 1970-1995

‘De Ruitertjes’ en ‘Hummeloord’
Een belangrijke verandering voor de straat was de opening in 1962 van kinderverblijfplaats ‘De Ruitertjes’ in het pand van Ruiterstraat 8. Het was een initiatief van de orde van Franciscanessen die in Ruiterstraat 10 (en later ook 12) hun onderkomen hadden. Sommige kinderen gingen alleen overdag naar de crèche. Maar er was ook een opname-mogelijkheid voor kinderen. Tijdens topdagen waren er overdag op de crèche 60 kinderen. Voor de nacht was er een maximum van vier kinderen onder het jaar en 21 kinderen ouder dan 1 jaar. Kindertehuis en kindercrèche waren voor jongens en meisjes van alle gezindten. Er werkten vier kinderverzorgsters. Zuster Celine was verantwoordelijk voor de kindercrèche. De kosten waren 4,70 gulden per dag voor de crèche (inclusief maaltijd). Verblijf voor dag en nacht kostte 15 gulden per kind.

 

kinderen in de tuin ruiterstraat 10

Kinderen van de Ruitertjes met een moeder en een aantal zusters in de tuin van Ruiterstraat 10 (omstreeks 1965)

 

Als er problemen waren in een gezin in de straat werd er met de nonnen vaak een oplossing gevonden voor de kinderen. De Franciscanessen pasten dan overdag op de kinderen en zo nodig mochten ze een paar nachtjes blijven slapen. Zo verbleven de kinderen van Greetje Vinck toen zij ziek was een aantal weken in het kinderopvanghuis in de Ruiterstraat.
In 1976 werd het kleuterdagverblijf gesloten omdat de orde van Franciscanessen de financiën van het klooster niet langer rond konden krijgen. Het vertrek van de nonnen werd door velen sterk betreurd. Ook de kinderen in de Ruiterstraat waren verknocht geraakt aan de zusters. Zowel katholieke als protestantse kinderen gingen graag op bezoek bij de nonnen.

 

in de tuin van de speelzaal ruiterstr 10

In de tuin van de speelzaal met op de achtergrond de speeltoestellen (1979)

 

In 1977 kwam in Ruiterstraat 8 peuterspeelzaal ‘Hummeloord’. Peuterleidsters waren Marion Groenendaal (hoofdleidster), Jet Lourens en Ria van Weelden. De peuterspeelzaal maakte gebruik van de beneden-etage van het pand. Eenmaal binnen was er een hal met kapstokken, een grote speelzaal, een badkamer en kleine wc’tjes.
Belangrijk aspect van deze locatie was de tuin met de grote kastanjeboom. In de tuin stond een ijzeren draaimolen, een loopbrug, een wip en er was een zandbak. Er waren voor de kinderen kleine feestjes in de tuin met bijvoorbeeld toneel- of balletvoorstellingen. Ook Emmy Verhey speelde op een tuinfeestje (haar dochter  zat ook op de speelzaal).

 

emmy verhey speelt viool

Emmy Verhey  speelt op een tuinfeestje onder de grote kastanjeboom (1979)

 

De peuterspeelzaal telde 20 kinderen. Vanaf 1 januari 1984 verhuisde de peuterspeelzaal naar een lokaal in kleuterschool ’t Kwetternest. Ze misten daar vooral de mooie grote kastanjeboom.

Spelen op straat
Kon Ien van Sermond als vijfjarig meisje in 1944 nog veilig een paar keer per week, zonder begeleiding, van de Nonnenstraat naar de Ruiterstraat lopen. In de jaren zestig begon dit al te veranderen. Zo werd Jan van Acquoij (1961) in 1965 tijdens het spelen op straat aangereden door een motorrijder in de Boschstraat. Jan lag 6 weken in bed met een hersenschudding. Hij herinnert zich dat het rond Pasen was, omdat de motorrijder met een groot paasei aan zijn bed stond om hem beterschap te wensen.

 

mevr wagemans met jan jr

Jan van Acquoij met buurvrouw mevrouw Wagemans op de stoep bij Ruiterstraat 4 (1965)

 

In de jaren zeventig hadden veel gezinnen in de Ruiterstraat echter nog geen auto. Er was verkeer in beide richtingen en het parkeren van auto’s gebeurde aan beide kanten van de straat. Geleidelijk werd het steeds drukker. Er werden witte strepen op de straatstenen aangebracht om de parkeerplaatsen te markeren. Kinderen vanaf een jaar of acht gingen zonder begeleiding lopend of met de fiets naar school maar moesten zich aan strenge verkeersregels houden om niet onder een auto te komen. Als het draaiorgel op zaterdag langskwam in de Ruiterstraat hield het verkeer even stil en dansten de kinderen rond het pierement.

 

anemoon van dijk en femke en sietse

Anemoon van Dijk, Femke en Sietze Heijman bij het draaiorgel voor de deur van Ruiterstraat 15-17 (1986)

 

Straatspelletjes als hinkelen, hoepelen, knikkeren, kaatsen, verdwenen of werden hooguit nog op een schoolplein uitgevoerd. De televisie eiste steeds nadrukkelijker haar tijd op en kinderen gingen steeds vaker naar een sportvereniging, op muziekles of op ballet. Wat betreft ballet had de Ruiterstraat veel te bieden. Vanaf 1974 was er de balletschool van Paulette Willemse. Deze balletschool is een begrip in de Bommelerwaard en ver daarbuiten. Veel kinderen uit de Ruiterstraat, zoals Mirjam Vossen, de zusjes Puck(1993) en Anna (1996) van Rooij, maakten hier hun eerste danspasjes.

 

sietse maartje merlijn en anemoon muciseren in de ruiterstraat

Sietze Heijman, Maartje van Kempen, Merlijn en Anemoon van Dijk musiceren in de straat (1989)

 

Opvallend is dat kinderen van deze generatie hun vriendjes en vriendinnetjes vaker van school meenamen dan dat zij met kinderen uit de straat speelden. Vrienden van Anemoon van Dijk (1982) waren: Maartje van Kempen (Oliestraat) en Sietze Heijman (Gamerse straat). Vrienden van Lotte en Stijn van Zuijdam waren Janneke van den Bosch (Nieuwstraat), Fleur van Bockel (Strikstraat) en Esgo Klein (Kerkstraat).
Uitgezonderd een sporadisch winkeltje op een kleedje speelden kinderen nauwelijks meer op straat.

 

maartje van kempen en anemoon van dijk

Maartje van Kempen en Anemoon van Dijk met een winkeltje op straat (1993)

 

Spelen in de tuin
Aan de rijke kant van de Ruiterstraat werd nog door kinderen buiten gespeeld omdat achter de huizen grote tuinen waren. Remy de Gouw (1971), Job de Gouw (1973), Anemoon (1982), Silver (1986) en Merlijn (1986) van Dijk brachten een groot deel van hun tijd door met verstoppertje spelen, boom klimmen, vuurtje stoken, schommelen en in een huisje spelen in de tuin. Hetzelfde geldt voor Joost Groen (1976) van Ruiterstraat 6, Kai Leijten (1990) van Ruiterstraat 12 en Edo (1974) en Niels (1978) van Ruiterstraat 16.

Standsverschillen en godsdienstverschillen
Bij de generatie kinderen die opgroeiden in de Ruiterstraat tussen 1970 en 1995 waren standsverschillen nauwelijks meer aan de orde. Ook de godsdienst van de ouders was voor kinderen steeds minder een drempel om met elkaar te spelen. Weliswaar waren er nog steeds protestantse en katholieke scholen maar voor kinderen was het verschil in religieuze achtergrond nauwelijks meer voelbaar. Ouders gaven vaak aan niet tot een bepaalde kerkelijke groepering te horen of vermeldden dat hun kinderen niet kerkelijk waren opgevoed. Zo was Hans van Empel (1945) van oorsprong Nederlands Hervormd en Ankie van der Velden (1945) Rooms Katholiek. Na hun huwelijk werd er niet voor een bepaalde godsdienst gekozen. De kinderen werden zonder een specifieke religie opgevoed. Ze gingen naar een katholieke lagere school omdat dat het meest praktisch was.
Jongens en meisjes namen in gelijke mate deel aan het onderwijs. Dit was een duidelijk trendbreuk met vorige generaties waar meisjes werden klaargestoomd voor het huishouden en het moederschap.

 

Generatie 1995-2020

Het duurt nog 5 jaar voor we de groep kinderen kunnen beschrijven die opgroeit tussen 1995 en 2020.
Eén ontwikkeling die kinderen van deze generatie veel plezier bezorgt willen we alvast noemen. De jaarlijkse viering van Sint Maarten op 11 november. De dag groeit vanaf 1996 uit tot een groot kinderfeest. De dan autovrije Ruiterstraat vervult daarin een belangrijke rol.

 

st maarten in de ruiterstraat

Sint Maarten in de Ruiterstraat (2015)

Op 1 januari 2016 wonen er 19 kinderen in de straat. Daarvan zijn 2 kinderen jonger dan 5 jaar, 4 kinderen zijn tussen de 5 en 10 jaar, 5 kinderen tussen de 10 en de 15 jaar en 8 kinderen hebben een leeftijd tussen de 15 en de 20 jaar.

 

 

Bronnen
Gesprekken met Jan (1940) en Francien (1939) Rombeek. Januari 2014 (hoek Ruiterstraat-Boschstraat)
Gesprekken met Mini (1950) en Bert (1953) van Wijnen-Rombeek. Februari 2014 (Ruiterstraat 23-25)
Gesprekken met Elly van Acquoij-Nijhof (1939). Juni 2014 (Ruiterstraat 4)
Gesprekken met Jan van Acquoij jr (1961). November 2014 (Ruiterstraat 4)
Gesprekken met Johan van Hemert (1961). Juli 2014 (Ruiterstraat 3-5)
Gesprekken met Bets van der Horst-de Koning (1922). Maart 2013 (Ruiterstraat 3-5)
Gesprekken met Hans (1945) en Ankie (1945) van Empel. Augustus 2014 (Ruiterstraat 3-5)
Gesprekken met Ronald (1940) en Doortje (1943) Groen. Oktober 2014 (Ruiterstraat 6)
Gesprek met Jet Lourens. Januari 2015 (Ruiterstraat 8)
Correspondentie met Marion Groenendaal. Februari 2015 (Ruiterstraat 8)
Gesprekken met Richard Menken (1947). December 2013 (Ruiterstraat 8-10)
Gesprekken met Mevrouw Loes Vis-van Lookeren Campagne (1924). Juni 2013 (Ruiterstraat 8-10)
Gesprekken met zuster Cassiana (1925). Congregatie Zusters Franciscanessen. Dec. 2013 (Ruiterstraat 8-10)
Gesprekken met Rob en Leentje Kraker-Tabbers. Juni 2014 (Ruiterstraat 9)
Gesprekken met Betty Wanrooij-van der Pol. Juni 2014 (Ruiterstraat 13)
Gesprekken met Jack Schreuders (1962). April 2014 (Ruiterstraat 13)
Gesprekken met Jan en Willemieke van Wordragen-Vos. Mei 2014 (Ruiterstraat 11)
Gesprekken met Wilfred Jansen-Recter (1947). November 2014 (Ruiterstraat 12)
Gesprekken (telefonisch) met Claske van de Sande-Mekel (1946). November 2015 (Ruiterstraat 12)
Gesprekken met Betty Wanrooij-van der Pol. Juni 2014 (Ruiterstraat 13)
Gesprekken met Jack Schreuders (1962). April 2014 (Ruiterstraat 13)
Gesprekken met mevrouw Nel Steingenga-de Roock (1928). Juli 2014 (Ruiterstraat 14)
Gesprekken met Constance (1928) en Erna van Hoogstraten. April 2014 (Ruiterstraat 14)
Gesprekken met Han (1938) en Carly (1947) Edens. Aktober 2014 (Ruiterstraat 16)
Gesprekken met Sjoerd de Jong (1919) en Ruth Kylstra (1926). Januari 2014 (Ruiterstraat 16)
Gesprekken met Idske Hoogeveen-de Jong. Februari 2015 (Ruiterstraat 16)
Gesprekken met Tiny Groeneveld-van Alphen (1930). November 2013 (Ruiterstraat 18)
Gesprekken met Hannie (1939) en Marie-Anne(1947) van Maren. Maart 2013 Zaltbommel (Ruiterstraat 19)
Gesprekken met Cocky (1941) en Elly (1944) Tomassen-Verhoeks. Juni 2014 (Ruiterstraat 19)
Gesprekken met Lex van Rooij(1959). Maart 2014 (Ruiterstraat 20)
Gesprekken met Annie van der Donk. April 2013 (Ruiterstraat 20)
Gesprekken met Henny van Zuijdam-Remmits (1957). Augustus 2014 (Ruiterstraat 20)
Gesprekken met Alie Dubbeldam-van Tuijl (1946) en Hans Dubbeldam (1943). Februari 2015 (Ruiterstraat 21)
Gesprekken met Bert (1953) en Minie (1950) van Wijnen-Rombeek. Februari 2014 (Ruiterstraat 23-25)
Gesprek met Henk (1947) en Cees (1950) van den Heuvel. Juni 2015 (Ruiterstraat 27)
Gesprekken met Anne (1956) en Alet (1953) Klop-Sterrenburg. Juli 2015 (Ruiterstraat 27)
Gesprekken met Frans (1941) en Joke (1947) van den Heuvel. Juni 2014 (Ruiterstraat 27)
Gesprekken met Ien van Sermond (1939). Voorjaar 2014 (Ruiterstraat 29)
Gesprekken met Willem van Gameren (1951). Februari 2015 (Ruiterstraat 37)
Gesprekken met Wijnand van der Flier (1946). April 2014 (Ruiterstraat 2 tot 37)

 

 

Mei 2018